donderdag 16 mei 2019

Foutjes

Harry: "Met Harry."
Jan Pieter: "Hallo Harry, Jan Pieter hier, van Het Parool. Ik heb een vraagje over die nieuwe serie van je, die nu op Netflix is: Het Spel om de Piratentroon."
Harry: "Leuk geworden, toch?"
Jan Pieter: "Zeker, maar die controverse die nu op social media is ontstaan, is natuurlijk een beetje vervelend."
Harry: "Wat bedoel je?"
Jan Pieter: "Nou, dat koffiebekertje van de Coffee Company. Was twee weken trending op Twitter. Beetje slordig toch, om dat zo in beeld te laten slingeren."
Harry: "Ja, sorry, dat had natuurlijk nooit mogen gebeuren. Heel vervelend. Ik heb de setdresser meteen de laan uitgestuurd. We hebben natuurlijk wel kwaliteit hoog te houden."
Jan Pieter: "Maar die nieuwe setdresser heeft het dan kennelijk ook niet helemaal begrepen, want in de tweede aflevering zagen we een van de piraten op Adidas-schoenen het want inklimmen."
Harry: “Dat was een foutje van de kledingassistent. Ik kan je wel zeggen, we schamen ons hier intern kapot. Maar in die tijd schijnen piraten wel iets dergelijks aangehad te hebben qua schoeisel, maar die hadden twee strepen, dacht ik."
Jan Pieter: "Maar het levert wel leuke publiciteit op, toch?"
Harry: "Hoe bedoel je?"
Jan Pieter: "Nou, iedereen heeft het over de serie en de producten. Verkoop Adidas is verdubbeld in een week."
Harry: "Tja, dat is een prettige bijkomstigheid. Doekje voor het bloeden zullen we maar zeggen."
Jan Pieter: "In de derde aflevering lopen er zeker vijf piraten rond met een gouden Rolex."
Harry: "Ai, dat is je opgevallen? Tja, dat was een communicatiefoutje. Dat goud klopte wel, maar het hadden natuurlijk nooit Rolexen mogen zijn."
Jan Pieter: "En in de aflevering van vorige week bestelt een van de gevangengenomen jonkvrouwen met haar iPhone twee pizza Hawaï bij New York Pizza, omdat die, zoals ze zelf zegt, ‘deze week in de aanbieding zijn’.”
Harry: “Je legt nu wel op álle slakken zout. Er sluipen weleens foutjes in. Het blijft tenslotte mensenwerk."
Jan Pieter: "Nu zijn er mensen die zeggen dat het helemaal geen foutjes zijn, maar dat je al deze producten bewust in de serie laten zien omdat je er een hoop geld voor krijgt."
Harry: "Dat is een onzinnige gedachte. We hebben alleen maar nobele intenties met de serie. Het is een aanklacht tegen de vervuiling en opwarming van de aarde. We proberen een stukje bewustwording te creëren."
Jan Pieter: "En daarom laat je aan het eind van de vijfde aflevering de piraten op het schateiland in vier Tesla"s door het tropische bos rijden?"
Harry: “Ah! Nu zie je maar hoe slecht jij kan kijken, Jan Pieter. Dat bos is geen bos, maar een windmolenpark. Als je nog eens met dit soort kwalijke beschuldigingen komt, doe dan wel eerst je huiswerk!"

= = = =

 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 15 mei 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 2 mei 2019

Verkoop je huisdier, pleeg een plofkraak

Jaren heb ik ervoor moeten vechten. Schier eindeloos heb ik moeten lobbyen bij documentairemakers. Op hoeveel etentjes heb ik ze inmiddels moeten trakteren? Hoe vaak heb ik hun kinderen wel niet naar Tai-Chi moeten brengen? En niet te vergeten, al die Ikeakastjes die ik in elkaar heb moeten zetten. Maar uiteindelijk is het wel alle moeite waard geweest. Eindelijk krijg ik de kers-op-mijn-filmerstaart: een eigen documentaire!



Even was ik nog bang dat ze me verwisseld hadden met Paul Verhoeven, want dat komt wel vaker voor, maar bij navraag bleek het toch echt om mij te gaan: ‘de enige echte genrefilmmaker van Nederland’. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van Jeffrey De Vore en Jan Doense, de mannen achter de documentaire. Ik zou mezelf zo nooit genoemd hebben, ik ben de bescheidenheid zelve.
Toen ik het verzoek - inmiddels een aantal jaren geleden - kreeg, heb ik verrassing geveinsd en beleefd gestameld dat het een hele eer was en gevraagd of ze het allemaal zeker wisten, maar diep van binnen was ik natuurlijk behoorlijk ontstemd dat het zo lang had geduurd voordat er een documentaire over mij van de grond kwam.
Ooit was er een andere Nederlandse regisseur die een documentaire over me wilde maken. Er werd al ijverig gefilmd door twee leuke meisjes en ook werd ik verschillende malen geïnterviewd, maar dat hele project stierf een stille dood. Geen idee waarom. Waarschijnlijk een geldkwestie. Filmen in Nederland is nu eenmaal een kwestie van talent en geld. Talent is er genoeg, maar aan geld schort het meestal.
Ook voor Jeffrey en Jan ging het aanvankelijk niet over rozen. Een omroep was geïnteresseerd, maar die zag op een gegeven moment toch een heel andere documentaire voor zich dan Jeffrey en Jan wilden maken. Dus namen ze het verstandige besluit de film in eigen beheer en dus in volledige vrijheid te maken.
De filmmakers gingen voortvarend te werk. Op de meest onverwachte plaatsen dook een cameraploeg op en aan sommige gebeurtenissen wil ik niet graag herinnerd worden, zoals een ongemakkelijk optreden tijdens het Festival van de Fantastische Film in Brussel waar ik - het was tenslotte een traditie - voor een volle zaal een lied ten gehore moest brengen.
Of deze gênante vertoning ooit te zien zal zijn, hangt ervan af of de inmiddels gestarte crowdfundingactie (op cinecrowd.com) het beoogde streefbedrag van 25.000 euro zal gaan halen. Op het moment van verschijnen van deze column zijn er nog negen dagen te gaan. De teller staat inmiddels op meer dan 15.000 euro. Ik ben bang dat het wel gaat lukken.
Dus voor wie wil zien hoe je de beste regisseur van Nederland wordt: pleeg een plofkraak, verkoop je huisdier, beroof een bejaarde, leeg de spaarpot van je kinderen en stort gul. Zodat je straks, na afloop van de film, kunt zeggen: wat een interessante aangrijpende documentaire en zo’n innemende talentvolle regisseur, en ook zo bescheiden gebleven.


= = = =

 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 1 mei 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
 

donderdag 18 april 2019

Oorlog

Oorlog in Amerika. Tussen schrijvers en hun agenten.
Wat is er aan de hand?
De grote agencies die scenaristen vertegenwoordigen, zoals CAA, ICM en UTA,  zijn allengs van meerdere walletjes gaan eten.
Stonden ze oorspronkelijk ten dienste van de schrijver, voerden ze onderhandelingen met potentiële werkgevers, zoals producenten en studio's, en kregen ze daar een leuke fee voor - meestal 10 procent van de inkomsten - de laatste jaren zijn ze steeds meer gaan verdienen aan het ‘packagen’ van een film. In gewoon Nederlands: het samenstellen van een pakket talent - schrijvers, acteurs en regisseurs - dat vervolgens aan een producent of studio wordt aangeboden. Die betalen daar dan ook weer een fee voor aan de agent.
Bovendien zijn er steeds meer samenwerkingsverbanden van agencies met productiehuizen en studio's. De agencies zijn gaan produceren, ook al proberen ze dat halfslachtig te ontkennen.
Ze verliezen daardoor hun onafhankelijkheid en er ontstaat belangenverstrengeling. Je kan als agent niet tegelijkertijd de beste deal voor je cliënt uit het vuur slepen, als je tegelijkertijd ook door de tegenpartij wordt betaald, of een financieel belang hebt in diens productiebedrijf.
Het overleg tussen de vakbond van de schrijvers, de WGA (Writers Guild of America) en dat van de agencies, de ATA (Association of Talent Agents) is vorige week vastgelopen.
De WGA heeft nu zijn leden opgeroepen om hun agenten te ontslaan. Zolang de agencies niet voldoen aan de voorwaarden van de vakbond en onderschrijven dat ze in de eerste plaats de belangen van hun cliënten behartigen, kunnen er geen deals meer gesloten worden.
Het wordt een spannende strijd. Zowel de WGA als de ATA houden hun poot stijf. Als het lang duurt dan komt de voortgang van diverse films en televisieproducties in gevaar.
Gelukkig - sarcasm mode aan - kennen we die problemen hier niet. In de Nederlandse filmwereld bestaan geen vakbonden. Regisseurs en schrijvers zijn nauwelijks georganiseerd en er is weinig gevoel voor solidariteit. Iedereen moet zijn eigen boontjes maar doppen.
Scenaristen worden tegen elkaar uitgespeeld. En de meeste scenaristen hebben geen agent, dus die kunnen ze ook niet ontslaan.
Een Nederlandse scenarist mag blij zijn als hij - of zijn agent - een redelijk salaris kan bedingen voor het schrijven van een script. En soms lukt het ook nog om, als kers op de taart , een winstpercentage te bedingen.
En heb je dan als scenarist een film geschreven die een stormloop op de kassa veroorzaakt, dan laat het Filmfonds je niet eens meedelen in het (financiële) succes.
De schrijver en de regisseur drukken de belangrijkste inhoudelijke stempel op een film: de scenarist legt de basis en de regisseur heeft de artistieke eindverantwoordelijkheid.
Maar als zelfs een overheidsinstituut als het Filmfonds de belangen van scenaristen en regisseurs niet weet te beschermen, dan blijft het er somber uitzien in Nederland.
Wij moeten ook iemand kunnen ontslaan. Maar wie?


= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 17 april 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
 


donderdag 4 april 2019

Plooi


Het kan raar lopen. Het ene moment heb je nog de slechtst bezochte film van je carrière gemaakt, een paar weken later is het commercieel de meest succesvolle Nederlandse film ooit.
Dat Prooi geheel onverwacht in China in meer dan vierduizend bioscopen werd uitgebracht en op de derde plaats - nog voor Bohemian Rhapsody en Captain Marvel - in de box office aldaar binnenkwam is natuurlijk al geweldig, maar dat hij daarnaast wereldwijd op de twaalfde plek terechtkwam, is natuurlijk helemaal een unieke gebeurtenis, die ook hier in Nederland met gejuich werd begroet. 


Nou ja, gejuich. Niet iedereen leek blij. Ik moest ook heel vaak het woord ‘flop’ in de media lezen. Dat sloeg dan op het feit dat de film in 2016 in Nederland maar een schamele 30.000 bezoekers naar de bioscoop wist te trekken. Had Prooi destijds net zoveel aandacht gekregen als nu, dan waren die aantallen ongetwijfeld hoger geweest.
Gelukkig verschenen er natuurlijk ook meteen de zure reacties dat Prooi toch wel echt een heel slechte film was en dat de Chinezen geen smaak hebben.


En, zoals je kon verwachten, waren er de azijnpissers die uitlegden dat de hoge bezoekersaantallen - op dit moment zo’n 1,5 miljoen, met een box office van bijna 7 miljoen dollar - vooral een gevolg waren van lege bioscoopzalen en het feit dat de panda een beschermde diersoort is. Dat het Chinese Nieuwjaar - met zijn traditionele leeuwendansen - dit jaar op een dinsdag viel, zal ongetwijfeld ook hebben meegespeeld.
Dankzij de overweldigende aandacht in de media kan Amsterdam volgend jaar in elk geval niet zeggen dat de toestroom aan Chinese toeristen als een verrassing komt. Ik zou zeggen: gemeente, organiseer een Prooi-tour langs de moordplekken van de film. Gidsen genoeg, nu die niet meer op de Wallen mogen rondleiden.
Ik ben vooral blij dat het succes van Prooi korte metten maakt met de veelgehoorde opmerking: ‘Laten we hier niet proberen grootschalige actiefilms te maken, want we kunnen toch niet concurreren met de grote Amerikaanse blockbusters’. Natuurlijk kunnen we dat, het bewijs is geleverd. Een Nederlandse film met een relatief klein budget kan concurreren met films die vijftig keer meer kosten en die met een gigantisch promotiebudget in de markt gezet worden. Dat moet Nederlandse makers een hart onder de riem steken. We moeten af van dat minderwaardigheidscomplex en die Hollandse zuinigheid.
Ik heb begrepen dat er binnenkort een delegatie van het Filmfonds naar China gaat om de mogelijkheden van een coproductieverdrag te onderzoeken.
Wat ze precies gaan doen is niet helemaal duidelijk, maar het zal me niets verbazen als we als makers over een jaar de volgende prijsvraag krijgen voorgelegd: ‘Stuur een synopsis in voor een filmidee met tien Chinese en twee Hollandse acteurs dat zich afspeelt op een grote muur.’
Over de hoeveelheid acteurs kan vast nog wel onderhandeld worden, maar om die muur komen we niet heen.



= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 3 april 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

woensdag 27 maart 2019

DE ZAAK PROOI

 (fragment uit mijn boek 'Buurman, wat doet u nu?)

Waarom heeft het publiek zijn weg naar Prooi niet kunnen vinden?
Die vraag is lastig te beantwoorden. De voortekenen waren waren goed. Exploitanten waren enthousiast, recensies waren vrijwel allemaal positief en toch bleef het publiek weg.
Je zou dus kunnen zeggen dat het niet aan de film lag. Lag het soms aan de uitbreng? De manier waarop de film naar het publiek gecommuniceerd is?
Achteraf weet of denkt iedereen te weten wat er verkeerd gegaan is. Aan speculaties geen gebrek. Ook ik heb daar zo mijn ideeën over.

1.
Het affiche is teveel een horror affiche.
In een vroeg stadium was besloten om Prooi niet neer te zetten als een horrorfilm, maar als een actiefilm, een event-movie. Helaas werd er door Dutch Filmworks, op een gegeven moment een affiche gepresenteerd dat het tegendeel uitstraalde.
De affiches werden ook nog eens tot grote banners opgeblazen, dus je kon er niet meer omheen als publiek.
Een groot deel van het publiek, de niet horrorfans, werd daardoor afgeschrikt.

2.
Er zijn geen bekende acteurs in de film.
Hoort eigenlijk niet in deze opsomming thuis. Natuurlijk; met bekende acteurs had de film waarschijnlijk beter gelopen. Alsook met Spielberg als regisseur en een bekend boek als bron.

3.
Teaser/Trailer.
Bevatten misschien teveel actie en te weinig humor. Reacties op beide in de bioscoop en op social media was echter behoorlijk goed. Dus onduidelijk of ze een negatieve bijdrage hebben geleverd.

4.
De voorpremières liepen niet.
Toen een aantal weken voor de première duidelijk werd dat de voorverkoop van kaartjes voor de Marathon (een dubbel-voorstelling met Amsterdamned en Prooi) en voorpremieres niet goed liepen, had er een belletje bij de distributeur moeten gaan rinkelen. Een snel onderzoek had kunnen uitwijzen waarom mensen niet kwamen. Wisten ze het domweg niet? Of dachten ze bij het zien van het affiche dat het een all-out horror film was.
Een klein onderzoek had kunnen leiden tot het bijsturen van de campagne. Er waren immers nog 3 à 4 weken te gaan.

5.
Uitbreng datum.
Of het zo verstandig was om de film in de herfstvakantie uit te brengen blijft de vraag. Jongeren onder de 16 mochten er vanwege de Kijkwijzer niet naartoe en ouderen met jonge kinderen konden er niet naartoe omdat ze naar een van de vele kinderfilms moesten.
Bovendien was er zo’n overvloed aan nieuwe (kinder)films in die week dat een uitbreng een week eerder of later logischer had geleken.

6.
Geen toertje langs de bioscopen.
Ik heb nog nooit anders meegemaakt dan dat er een toertje met de acteurs langs een aantal bioscopen wordt georganiseerd. Goed voor de plaatselijke publiciteit. Kennelijk vond DFW dat niet nodig.

7.
Leeftijdskeuring 16 jaar.
Helaas was voor veel mensen niet duidelijk dat de film 16 jaar gekeurd is. Ik hoor allerlei verhalen van ouders die met hun te jonge kinderen bij de bioscoop stonden en er niet in mochten. Algehele opvatting is dat Prooi geschikt had moeten zijn voor 12 jaar en ouder (net als Amsterdamned destijds).
Misschien moeten distributeurs en exploitanten zich eens wat fanatieker bekommeren om die leeftijdsgrenzen te veranderen.

8.
Mensen wisten niet van het bestaan van Prooi.
Een paar weken voor de release merkte ik dat veel mensen, waaronder bioscooppersoneel(!), nog niet van het bestaan van Prooi afwisten.
Alle reacties op social media ten spijt, beperkte de bekendheid zich blijkbaar toch tot een te kleine groep. Misschien de groep die straks de film gratis download of op Netflix bekijkt.
Hier had bij ons en de distributeur een bel moeten gaan rinkelen.

9.
 
Dick Maas is tachtiger jaren.
Was misschien niet zo verstandig geweest om mij te promoten als ‘terug van weggeweest’ en dat gekoppeld aan Amsterdamned. Ook in combinatie met Sint kregen de mensen het idee van ouwe koek in een nieuw jasje.
En dat las je ook terug in de recensies.

10.
TV spots.
Er werden alleen TV spots vertoond op de SBS zenders. Ongetwijfeld omdat er met SBS een goede deal gemaakt kon worden. Ze zitten tenslotte ook met geld in de film.
Maar Prooi had natuurlijk ook via de RTL -zenders en de publieke omroepen zijn publiek moet benaderen. 

11.
Fragmenten op televisie.
In de fragmenten die in programma’s als RTL Late Night en Tijd voor Max te zien waren, lag de nadruk teveel op de 3D leeuw en de animatronic. De actie kwam teveel aan bod en de humor te weinig.

12.
Verstoorde relatie.
Op een gegeven moment was de relatie met Dutch Filmworks dermate verstoord dat er van enig overleg over de uitbreng geen sprake meer was. Van een visie op de publiciteit en een promotieplan was geen sprake meer.
Het gebrek aan competentie in de promotieafdeling van DFW is naar mijn mening een van de belangrijkste oorzaken die tot een verkeerde uitstraling van de film en het gebrek aan awareness bij het publiek hebben geleid.

Maar goed. Dit is mijn mening, mijn visie over de gang van zaken. Anderen zullen daar ongetwijfeld anders over denken. 



= = = =




Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 21 maart 2019

Hollywood aan het Spaarne


Ik heb het altijd al geweten. Haarlem, de stad waar ik mijn jeugd heb doorgebracht, is het Nederlandse Hollywood. Althans, dat schijnt het vroeger geweest te zijn, voor de oorlog, in de tijd dat er een echte filmstudio gevestigd was, Hollandia, die meer dan zestig speelfilms produceerde.
Niet dat ik daar iets van heb meegekregen in de tijd dat ik in de zestiger jaren in de Haarlemmerhout rondhing, want veel filmactiviteiten heb ik er nooit waargenomen.
Ik heb een vage herinnering dat Als twee druppels water - de film naar het boek De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans onder regie van Fons Rademakers - in de stad werd opgenomen, maar ik denk dat ik die informatie eerder uit het Haarlems Dagblad had, dan uit eigen waarneming.




Dat er in Haarlem - in die tijd naar mijn idee een tamelijk slome provinciestad, met een uitgestorven, winderige Grote Markt - zoveel bioscopen waren, was waarschijnlijk te danken aan het feit dat er verder niets te beleven viel. En die markt was natuurlijk uitgestorven omdat iedereen in de bioscoop zat. Ik ook.
Het is grappig dat je vaak nog precies weet op welk moment en in welke bioscoop je de films hebt gezien die indruk op je hebben gemaakt. Het ‘waar was je toen de vliegtuigen de Twin Towers invlogen?’ fenomeen.
Day of the Triffids in Lido; Easy Rider in Studio, op de Grote Markt; Mash en Midnight Cowboy op dezelfde avond in Cinema Palace en Luxor, in de Grote Houtstraat; Dr. No twee keer in het Frans Hals theater. Maar misschien overdrijf ik en is het alleen maar een kwestie van een goed geheugen.
 Alle Haarlemse bioscopen uit die tijd zijn inmiddels verdwenen. Gesloopt, om plaats te maken voor nieuwbouw, of er zijn cafés en kledingwinkels in gevestigd. Dat die neergang samenviel met mijn vertrek naar Amsterdam is louter toeval.
Het Frans Hals theater is tegenwoordig een gereformeerde kerk. Er wordt nu gebeden op de plek waar ik als puber Ursula Andress twee keer in een krappe bikini uit het water heb zien komen.
Een andere plek waar ik films zag, was De Toneelschuur in de Smedestraat. Onder de naam Filmschuur vertoonden ze daar wekelijks de meer artistieke en festivalfilms.
Ik zag daar Citizen Kane van Orson Welles en films van Ingmar Bergman, maar vaak ook obscure zwart-wit films uit Oostbloklanden.
Toen ik op de filmacademie zat en mijn eerste korte speelfilm opnam, vond een deel van de opnames plaats in diezelfde toneelschuur.
Inmiddels zit de Toneelschuur op een andere locatie in Haarlem en daar is aanstaande zondag de presentatie van een boek over de Haarlemse filmgeschiedenis: Haarlem Filmstad. Een boek over het bioscoopleven, de studio’s, filmmakers en sterren uit de stad.
Misschien dat het boek de vraag beantwoordt of er inderdaad sprake was van een Hollywood aan het Spaarne, of dat dat toch een beetje de zelfoverschatting van een slome provinciestad is.

= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 20 maart 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 7 maart 2019

Volksverlakkerij

Ik voelde me bekocht.
Ik had de foto’s in de vitrines van het Minervatheater in Heemstede goed bestudeerd en een van de stills van Spartacus, een tamelijk bloederig tafereel als ik me goed herinner, had ik niet teruggezien in de film. Ik vond dat een beetje volksverlakkerij - een woord dat ik waarschijnlijk nog niet kende op mijn twaalfde - maar ik heb er verder geen werk van gemaakt. Ik was allang blij dat ik zonder kleerscheuren het theater in was gekomen, want de film was gekeurd voor 14 jaar en ouder. Tegenwoordig is dat wel anders, zelfs met twee vaders kom je als 15-jarige niet meer in een film die voor minstens 16-jarigen is gekeurd.
Was bij Spartacus nog de verklaring dat er waarschijnlijk in de film geknipt was en de meest heftige scenes door de keuring verwijderd waren, gaandeweg begreep ik dat bij het promoten van films zekere vrijheden waren toegestaan.
Een goede filmposter is sinds jaar en dag een van de belangrijkste promotiemiddelen van een film. Iemand als Roger Corman had vaak eerst het idee voor een poster - een vrouw onder het bloed in bikini rennend over het strand, bijvoorbeeld - en bedacht daar vervolgens een film bij.
Niet altijd voldeden de affiches met halfnaakte vrouwen echter aan de verwachting. Soms kwamen ze er zelfs niet in voor of werd er als het meezat een schouder ontbloot. 


Japanse poster
Franse poster
Chinese poster




 




















Alle middelen zijn geoorloofd om de potentiële kopers te overtuigen een kaartje te kopen of een dvd aan te schaffen.
Ooit kreeg ik een affiche afkomstig van een Caribisch eiland onder ogen, waarop een mij onbekende man met een pistool stond. Dat bleek om Amsterdamned te gaan. Dat de desbetreffende persoon helemaal niet in de film voorkwam, zal niet tot een volksopstand op het eiland geleid hebben.
Pistolen op een affiche doen het vaak goed. Een vrouw met een pistool is nog beter. Het Nederlandse affiche van Down was niet erg wervend, dus in het buitenland werd eerst de naam veranderd in het bijna pornografisch aandoende The Shaft, en kwam Naomi Watts pontificaal met een pistool op het artwork. Ik twijfel er niet aan dat dat de verkoop wereldwijd gestimuleerd heeft.
De Nederlandse poster van Prooi was tamelijk beroerd. Nu de film in diverse landen wordt uitgebracht, is het grappig en leerzaam om te zien hoe de verschillende distributeurs de film onder de aandacht brengen.
Dat de Japanse dvd een cover heeft met het interieur van een Tokiose tram, een kniesoor die daarover valt.
De cover van de Franse dvd gaat nog verder. Daar zien we zwaarbewapende Amerikaanse politiemannen die een leeuw onder schot houden in een stad die in de verste verte niet op Amsterdam lijkt.
En de Chinezen borduren daar dan weer op voort: op het affiche zien we nu zelfs een brandende stadsbus. En dat laatste vind ik dan weer behoorlijk richting volksverlakkerij gaan.
Prooi komt 22 maart in China uit. Ik zie de protesten uit de volksrepubliek met vertrouwen tegemoet.

= = = =




 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 6 maart 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 21 februari 2019

Oscarnacht

Als je je als filmmaker openlijk via sociale media of andere kanalen uitspreekt over de kwaliteit van andermans films, loop je het gevaar meteen weer je hok in geslagen te worden met jij-bak reacties als: ‘Kijk naar je eigen films’, ‘Die van jou zijn echt bagger’, ‘Hoeveel bezoekers zijn er dan naar jouw laatste film gegaan?’ etc.
Daarom probeer ik me maar zoveel mogelijk te onthouden van kritiek op films van anderen, het is tenslotte al moeilijk genoeg om een film van de grond te  krijgen en iedereen die dat voor elkaar krijgt, verdient sowieso ons grootst mogelijke respect. En bovendien valt er eigenlijk niet te discussiëren over kwaliteit. Dat is zo persoonlijk en daar heeft iedereen zijn eigen opvatting over.
Maar ja, je gaat wel met andere ogen naar je vrienden kijken als die een film die jij verafschuwt, beschouwen als de beste film die ze ooit gezien hebben.
Kan in zo’n geval de vriendschap nog wel voortbestaan? Wat mij betreft komt dat dan toch akelig dicht bij de mededeling dat iemand zich plotseling tot de islam heeft bekeerd, of te kennen geeft dat je eigen pis drinken echt heel erg goed voor je gezondheid is.
Omdat we hebben afgesproken zondag op televisie de Oscarnacht te bekijken met wat vrienden , was ik genoodzaakt - want je moet tenslotte mee kunnen praten - om alle films die in de belangrijkste categorieën zijn genomineerd, van tevoren te bekijken.
Jeetje, dat valt niet mee. Wat zitten er toch veel kleren van de keizer tussen. En wat is er toch gebeurd met het begrip ‘storytelling’? Veel films kabbelen maar voort, zonder dat de kijker een verwachting heeft van wat er komen gaat, niet kan meedenken en meevoelen met de karakters en hun problemen. Kortom, meesttijds laten de hoofdpersonen en hun dilemma’s - zo die er al zijn - de kijker koud.
En wat zijn er toch veel pretentieuze filmmakers die ons slaapverwekkende camerabewegingen, irritante groothoeklenzen en onnodige tijdsprongen voorschotelen die het gebrek aan verhaal moeten maskeren. En lekker in zwart-wit draaien, dat ziet er meteen artistiek uit maar dient geen enkel doel.
Maar ik ben bang dat ik in de minderheid ben en veel van de door mij verfoeide films er met de belangrijkste beeldjes vandoor zullen gaan. Want in Amerika gaat het bij de Oscars helaas allang niet meer over kwaliteit. Persoonlijke voor- en afkeuren, vriendjespolitiek en zakelijke belangen bepalen voor het grootste deel het stemgedrag.
De meest positieve verwachting die je van de Oscarnacht kan hebben is dat je maandagochtend nog wat vrienden overhebt. Maar dat zal wel loslopen, want de Gouden Kalveren competitie staat ook weer voor de deur, en veel van mijn vrienden zijn ook collega-filmmakers die straks vast wel een stem kunnen gebruiken.


= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 20 februari 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 7 februari 2019

Ballen

Ton: "Filmredactie, met Ton."
Harry: "Hallo Ton, met Harry. Ik bel even over die recensie van Zeerovers van de Nieuwmarkt die je vorige week hebt geschreven."
Ton: "Was je niet blij mee, heb ik begrepen?"
Harry: "Klopt. De recensie heeft bij mij, als producent van de film, toch wat vragen opgeroepen; bijvoorbeeld of je de film wel helemaal gezien hebt."
Ton: "Tja, die persvoorstellingen zijn altijd zo verdomde vroeg. Kan zijn dat ik een minuutje gemist heb."
Harry: "Je schrijft, ik citeer: ‘Geen moment wordt voelbaar gemaakt dat de film zich afspeelt op een tropisch eiland in het begin van de Gouden Eeuw’.”
Ton: "Ja, dat vond ik een zwakte van de film."
Harry: "Maar Ton, de film speelt zich geheel af in Amsterdam en niet op een tropisch eiland."
Ton: "Tuurlijk, weet ik. Ik schrijf toch ook hoe sterk dat zeventiende-eeuwse Amsterdam was neergezet. Compliment voor de artdirection."
Harry: "De film speelt zich af tijdens de krakersrellen in de jaren zeventig. Dat wordt ook heel duidelijk gemaakt door het titelbord in de openingsscène waarin duidelijk staat: ‘Amsterdam-1974’.”
Ton: "Ja, dat titeltje moet ik dan even gemist hebben. Ik was inderdaad iets te laat vanwege mijn koffie die ik nog niet op had. En daar kreeg ik ook nog een tompouce bij en je weet hoe onhandig die dingen te eten zijn."
Harry: "Mijn medewerkers zagen je pas een kwartier na het begin van de film naar binnen schuifelen. Het leek bovendien of je dronken was."
Ton: "Dan moet er iets in die tompouce gezeten hebben."
Harry: "Vervolgens riep je luidkeels: ‘Benieuwd wat die kutregisseur nu weer voor misbaksel heeft uitgepoept’.”
Ton: “Klopt, ik was best benieuwd.”
Harry: “Verschillende bronnen hebben bevestigd dat je toen op de persmap hebt staan urineren en even later in slaap bent gevallen en pas bij de aftiteling weer wakker bent geworden."
Ton: “Ik heb misschien vijf minuten mijn ogen dicht gehad. Een goede film kan dat hebben, Harry."
Harry: "Je begrijpt dat ik niet anders kon doen dan een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek."
Ton: "Gaat dat niet wat ver?"
Harry: "Je komt een kwartier te laat, mist cruciale scènes en je slaapt vervolgens de rest van de film. Hoe kan je in godsnaam een recensie schrijven over een film die je niet gezien hebt?"
Ton: "Oké, ik begrijp wat je zegt. Was misschien niet helemaal netjes van me. Om het goed te maken geef ik je volgende film al bij voorbaat vijf ballen?”
Harry: “Vijf ballen?"
Ton: “Vijf ballen! Ongezien!"



= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 6 februari 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 24 januari 2019

De rode loper

Waren filmpremières vroeger gezellige bijeenkomsten met crew, cast, vrienden, wat notabelen en geldschieters, allengs kwam daar de klad in.
Bestegen we eerst nog ongedwongen de trappen van Tuschinski - de bioscoop waar alle belangrijke premières plaatsvonden - op een gegeven moment verscheen daar opeens een lange rode loper en begon het ‘Hollywoodje spelen’.
In de jaren negentig deed het fenomeen ‘Bekende Nederlander’ zijn intrede en moesten er plotseling plaatsen worden gereserveerd voor mensen die niets met het tot stand komen van de film te maken hadden en die mij ook vaak totaal onbekend voorkwamen.
Maar, zo werd me verzekerd, ze zijn belangrijk voor de publiciteit. Zonder Bekende Nederlanders op de rode loper laten fotografen, televisieploegen en andere pers het afweten.
Ook was het de bedoeling dat alle mannelijke gasten voortaan in een smoking kwamen opdraven en dat de dames een mooie avondjurk droegen, want dat deden ze in Hollywood immers ook.
Ik heb me in mijn leven ooit één keer laten verleiden tot het aantrekken van een smoking. Dat was toen ik in de jury zat van de Nederlandse Filmdagen - zo heette het Utrechtse Film Festival destijds - en toen kon ik er niet onderuit, want al mijn mannelijke medejuryleden hadden wel met het apenpakje ingestemd.
Ik heb überhaupt nooit begrepen waarom mannen in het dagelijkse leven een pak aantrekken en een strop om hun nek strikken, en ik ben er daarom ook trots op dat alle premières van mijn films zonder de verplichte black tie-dresscode hebben plaatsgevonden.
Dat laatste was soms niet eenvoudig, want Tuschinski had op een gegeven moment de eis gesteld dat alle premières in het theater verplicht black tie moesten zijn. Dat heeft ooit bijna tot een handgemeen geleid met een overijverige bioscoopmedewerker die mij op de première van een bevriende regisseuse waar ik verscheen in mijn normale tenue de ville, ongevraagd van een vlinderdasje meende te moeten voorzien.
Voor mijn eigen premières ben ik toen maar uitgeweken naar het Circustheater in Den Haag en de Stopera. Beide prima plekken voor een filmpremière en vooral aan de première van Sint in de Stopera bewaar ik goede herinneringen.
Dat we voor Prooi weer  in Tuschinski terechtkwamen, had te maken met het versoepelde black tie-beleid en het feit dat de tram - speciaal ingehuurd om de crew en cast te vervoeren - voor de deur van het theater kon stoppen.
Bij de Stopera lag de halte een stuk verder weg. Zou wel een mooie lange rode loper hebben opgeleverd.




= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 23 januari 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html