donderdag 21 februari 2019

Oscarnacht

Als je je als filmmaker openlijk via sociale media of andere kanalen uitspreekt over de kwaliteit van andermans films, loop je het gevaar meteen weer je hok in geslagen te worden met jij-bak reacties als: ‘Kijk naar je eigen films’, ‘Die van jou zijn echt bagger’, ‘Hoeveel bezoekers zijn er dan naar jouw laatste film gegaan?’ etc.
Daarom probeer ik me maar zoveel mogelijk te onthouden van kritiek op films van anderen, het is tenslotte al moeilijk genoeg om een film van de grond te  krijgen en iedereen die dat voor elkaar krijgt, verdient sowieso ons grootst mogelijke respect. En bovendien valt er eigenlijk niet te discussiëren over kwaliteit. Dat is zo persoonlijk en daar heeft iedereen zijn eigen opvatting over.
Maar ja, je gaat wel met andere ogen naar je vrienden kijken als die een film die jij verafschuwt, beschouwen als de beste film die ze ooit gezien hebben.
Kan in zo’n geval de vriendschap nog wel voortbestaan? Wat mij betreft komt dat dan toch akelig dicht bij de mededeling dat iemand zich plotseling tot de islam heeft bekeerd, of te kennen geeft dat je eigen pis drinken echt heel erg goed voor je gezondheid is.
Omdat we hebben afgesproken zondag op televisie de Oscarnacht te bekijken met wat vrienden , was ik genoodzaakt - want je moet tenslotte mee kunnen praten - om alle films die in de belangrijkste categorieën zijn genomineerd, van tevoren te bekijken.
Jeetje, dat valt niet mee. Wat zitten er toch veel kleren van de keizer tussen. En wat is er toch gebeurd met het begrip ‘storytelling’? Veel films kabbelen maar voort, zonder dat de kijker een verwachting heeft van wat er komen gaat, niet kan meedenken en meevoelen met de karakters en hun problemen. Kortom, meesttijds laten de hoofdpersonen en hun dilemma’s - zo die er al zijn - de kijker koud.
En wat zijn er toch veel pretentieuze filmmakers die ons slaapverwekkende camerabewegingen, irritante groothoeklenzen en onnodige tijdsprongen voorschotelen die het gebrek aan verhaal moeten maskeren. En lekker in zwart-wit draaien, dat ziet er meteen artistiek uit maar dient geen enkel doel.
Maar ik ben bang dat ik in de minderheid ben en veel van de door mij verfoeide films er met de belangrijkste beeldjes vandoor zullen gaan. Want in Amerika gaat het bij de Oscars helaas allang niet meer over kwaliteit. Persoonlijke voor- en afkeuren, vriendjespolitiek en zakelijke belangen bepalen voor het grootste deel het stemgedrag.
De meest positieve verwachting die je van de Oscarnacht kan hebben is dat je maandagochtend nog wat vrienden overhebt. Maar dat zal wel loslopen, want de Gouden Kalveren competitie staat ook weer voor de deur, en veel van mijn vrienden zijn ook collega-filmmakers die straks vast wel een stem kunnen gebruiken.


= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 20 februari 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 7 februari 2019

Ballen

Ton: "Filmredactie, met Ton."
Harry: "Hallo Ton, met Harry. Ik bel even over die recensie van Zeerovers van de Nieuwmarkt die je vorige week hebt geschreven."
Ton: "Was je niet blij mee, heb ik begrepen?"
Harry: "Klopt. De recensie heeft bij mij, als producent van de film, toch wat vragen opgeroepen; bijvoorbeeld of je de film wel helemaal gezien hebt."
Ton: "Tja, die persvoorstellingen zijn altijd zo verdomde vroeg. Kan zijn dat ik een minuutje gemist heb."
Harry: "Je schrijft, ik citeer: ‘Geen moment wordt voelbaar gemaakt dat de film zich afspeelt op een tropisch eiland in het begin van de Gouden Eeuw’.”
Ton: "Ja, dat vond ik een zwakte van de film."
Harry: "Maar Ton, de film speelt zich geheel af in Amsterdam en niet op een tropisch eiland."
Ton: "Tuurlijk, weet ik. Ik schrijf toch ook hoe sterk dat zeventiende-eeuwse Amsterdam was neergezet. Compliment voor de artdirection."
Harry: "De film speelt zich af tijdens de krakersrellen in de jaren zeventig. Dat wordt ook heel duidelijk gemaakt door het titelbord in de openingsscène waarin duidelijk staat: ‘Amsterdam-1974’.”
Ton: "Ja, dat titeltje moet ik dan even gemist hebben. Ik was inderdaad iets te laat vanwege mijn koffie die ik nog niet op had. En daar kreeg ik ook nog een tompouce bij en je weet hoe onhandig die dingen te eten zijn."
Harry: "Mijn medewerkers zagen je pas een kwartier na het begin van de film naar binnen schuifelen. Het leek bovendien of je dronken was."
Ton: "Dan moet er iets in die tompouce gezeten hebben."
Harry: "Vervolgens riep je luidkeels: ‘Benieuwd wat die kutregisseur nu weer voor misbaksel heeft uitgepoept’.”
Ton: “Klopt, ik was best benieuwd.”
Harry: “Verschillende bronnen hebben bevestigd dat je toen op de persmap hebt staan urineren en even later in slaap bent gevallen en pas bij de aftiteling weer wakker bent geworden."
Ton: “Ik heb misschien vijf minuten mijn ogen dicht gehad. Een goede film kan dat hebben, Harry."
Harry: "Je begrijpt dat ik niet anders kon doen dan een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek."
Ton: "Gaat dat niet wat ver?"
Harry: "Je komt een kwartier te laat, mist cruciale scènes en je slaapt vervolgens de rest van de film. Hoe kan je in godsnaam een recensie schrijven over een film die je niet gezien hebt?"
Ton: "Oké, ik begrijp wat je zegt. Was misschien niet helemaal netjes van me. Om het goed te maken geef ik je volgende film al bij voorbaat vijf ballen?”
Harry: “Vijf ballen?"
Ton: “Vijf ballen! Ongezien!"



= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 6 februari 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 24 januari 2019

De rode loper

Waren filmpremières vroeger gezellige bijeenkomsten met crew, cast, vrienden, wat notabelen en geldschieters, allengs kwam daar de klad in.
Bestegen we eerst nog ongedwongen de trappen van Tuschinski - de bioscoop waar alle belangrijke premières plaatsvonden - op een gegeven moment verscheen daar opeens een lange rode loper en begon het ‘Hollywoodje spelen’.
In de jaren negentig deed het fenomeen ‘Bekende Nederlander’ zijn intrede en moesten er plotseling plaatsen worden gereserveerd voor mensen die niets met het tot stand komen van de film te maken hadden en die mij ook vaak totaal onbekend voorkwamen.
Maar, zo werd me verzekerd, ze zijn belangrijk voor de publiciteit. Zonder Bekende Nederlanders op de rode loper laten fotografen, televisieploegen en andere pers het afweten.
Ook was het de bedoeling dat alle mannelijke gasten voortaan in een smoking kwamen opdraven en dat de dames een mooie avondjurk droegen, want dat deden ze in Hollywood immers ook.
Ik heb me in mijn leven ooit één keer laten verleiden tot het aantrekken van een smoking. Dat was toen ik in de jury zat van de Nederlandse Filmdagen - zo heette het Utrechtse Film Festival destijds - en toen kon ik er niet onderuit, want al mijn mannelijke medejuryleden hadden wel met het apenpakje ingestemd.
Ik heb überhaupt nooit begrepen waarom mannen in het dagelijkse leven een pak aantrekken en een strop om hun nek strikken, en ik ben er daarom ook trots op dat alle premières van mijn films zonder de verplichte black tie-dresscode hebben plaatsgevonden.
Dat laatste was soms niet eenvoudig, want Tuschinski had op een gegeven moment de eis gesteld dat alle premières in het theater verplicht black tie moesten zijn. Dat heeft ooit bijna tot een handgemeen geleid met een overijverige bioscoopmedewerker die mij op de première van een bevriende regisseuse waar ik verscheen in mijn normale tenue de ville, ongevraagd van een vlinderdasje meende te moeten voorzien.
Voor mijn eigen premières ben ik toen maar uitgeweken naar het Circustheater in Den Haag en de Stopera. Beide prima plekken voor een filmpremière en vooral aan de première van Sint in de Stopera bewaar ik goede herinneringen.
Dat we voor Prooi weer  in Tuschinski terechtkwamen, had te maken met het versoepelde black tie-beleid en het feit dat de tram - speciaal ingehuurd om de crew en cast te vervoeren - voor de deur van het theater kon stoppen.
Bij de Stopera lag de halte een stuk verder weg. Zou wel een mooie lange rode loper hebben opgeleverd.




= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 23 januari 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 10 januari 2019

De truc met de extra gulden

Dat er met het schrijven van scripts geld te verdienen is, merkte ik voor het eerst toen ik na mijn studie op de Filmacademie benaderd werd door Haig Balian en Chris Brouwer. Die hadden toen als producenten een samenwerkingsverband met Pieter Goedings, distributeur van artfilms en exploitant van The Movies, het arthousebioscoopje op de Haarlemmerdijk in Amsterdam.
Hoe de constructie precies in elkaar zat weet ik niet meer, maar de vraag was of ik samen met Pieter een script wilde schrijven. Pieter had namelijk allerlei ideeën voor een lange speelfilm, en ik moest die stroomlijnen tot een bruikbaar filmscript. Ik ontving daar dan honderd gulden per pagina voor. Waar het verhaal precies over ging is me ontschoten, maar het was iets met een paar meiden die in Frankrijk op vakantie gingen en er moest veel seks in, want dat vond Pieter leuk, en ik ook, dus het was een aangename opdracht.
Pieter boerde goed met zijn kleine bioscoopje. Hij zat vaak zelf achter een tafeltje in de hal de kaartjes te verkopen en hij had een eenvoudige doch geniale truc bedacht. Op elk bioscoopkaartje had hij met viltstift het door de bioscoopbond voorgeschreven bedrag met een gulden verhoogd. Die gulden stak hij vervolgens in zijn zak en vanuit de aldus ontstane berg zwart geld werden arme scenarioschrijvers zoals ik betaald.
Waarom het script nooit is afgemaakt, weet ik niet meer. Het was lastig om enige samenhang in de brei van ideeën van Pieter te krijgen, en na een pagina of twintig werd het wel duidelijk dat het script nooit tot een film zou leiden.
Verdiende ik met het script voor Pieter tenminste nog geld, het komt veel vaker voor dat er helemaal niets wordt verdiend. Van scenarioschrijvers wordt vaak verwacht dat ze veel onbetaalde tijd steken in het uitwerken van ideeën, het schrijven van treatments, of het ontwikkelen van voorstellen voor allerlei prijsvragen. En dan is het altijd afwachten of een van die projecten ooit het witte doek haalt.
Ik heb zelf tientallen scripts op de plank liggen die allemaal om een of andere reden niet zijn doorgegaan.
Is dat jammer? Soms wel. Een afgebroken project met Adje - destijds de sidekick van Paul de Leeuw -  had een aantal van de grappigste scènes die ik ooit heb geschreven.
Een thriller over een chirurg die zijn seriemoordende tweelingbroer op het spoor komt, was dermate morbide dat de Kijkwijzer waarschijnlijk een speciale categorie in het leven had moeten roepen.
Een grote spectaculaire actiefilm over een kapster die een dubbelleven leidt als geheim agent, vind ik zelf een van de beste dingen die ik ooit heb geschreven.
De redenen waarom projecten niet doorgaan zijn vaak onduidelijk, duister, onbegrijpelijk en vrijwel altijd jammer.
Maar hé, het is 2019. Een nieuw jaar met nieuwe voornemens. En jezelf ongegeneerd promoten hoort daar ook bij.
Het wordt een spannend filmjaar. Dat voel ik gewoon. Filmliefhebbers met zwart geld kunnen zich bij mij melden.


= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 9 januari 2019

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
 

donderdag 13 december 2018

Actie!

NOTULEN BIJEENKOMST VERONTRUSTE FILMMAKERS

Locatie Sociëteit Het Diepe Dal
Aanwezig Vrijwel iedereen die ertoe doet in de Nederlandse filmwereld.
Afwezig met bericht J.G.
Afwezig zonder bericht Fons Rademakers, Bert Haanstra
Onderwerp Het redden van de Nederlandse Filmcultuur

1. Opening
Babette heet de vergadering welkom. Alle leden zijn aanwezig. De actiebereidheid is groot.

2. De hesjes
Maarten stelt rode hesjes voor. Rob vindt oranje hesjes meer voor de hand liggen. De door Rob voorgestelde opdruk ‘Soldaat van Oranje 2’, wordt minder gewaardeerd.
San Fu dacht nog zwarte hesjes over te hebben uit de productie van Zwartboek, maar daar bleek net beslag op te zijn gelegd door een Duitse coproducent. Bovendien vindt Paula zwarte hesjes discriminerend.
Nouchka stelt voor hesjes zelf te gaan breien. Ze heeft in de Linda een regenboogpatroon gevonden. Maar ook daar is geen meerderheid voor te vinden. Bovendien bekt regenbooghesjes niet lekker.
Els weet nog een adresje in Groenland waar vanwege een interessante taxshelterconstructie hesjes voor het belachelijk vriendelijke bedrag van 3 eurocent gemaakt worden. Maar dan moeten er wel meteen 5000 besteld worden. En ze ruiken wel heel erg naar zeehond.

De vergadering besluit de beslissing over de hesjes tot een nader tijdstip uit te stellen.

3. Actieplan
Er is een algemeen gevoel dat er iets geblokkeerd moet gaan worden. Frank stelt een writer’s block voor. Dat is herkenbaar voor het merendeel van de aanwezigen. Wordt met algemene stemmen aangenomen.
Grote vraag is nu, wát er geblokkeerd moet worden. Verschillende doelen passeren de revue. Gemoederen lopen hoog op. De meeste aanwezigen willen ook iets in brand steken. Niet iedereen gaat daarin mee.
Will vraagt daarmee te wachten tot haar film uit de bioscoop is. Dat vinden velen te lang duren. De films van Will draaien meestal een jaar in de bioscoop.
Dave stelt voor een aanvraag bij het Filmfonds te doen om hun gebouw te bezetten. Iedereen vindt dat een goede suggestie, maar niemand van de aanwezigen heeft tijd en zin het aanvraagformulier in te vullen. Bovendien wordt er van het filmfonds weinig medewerking verwacht en is de kans op een afwijzing erg groot. Daarbij komt ook nog eens de eis dat je als aanvrager de laatste vijf jaar minstens één keer iets in brand moet hebben gestoken of geblokkeerd moet hebben.

De vergadering besluit de beslissing over de aard van de actie tot een nader tijdstip uit te stellen.

4. Rondvraag en sluiting
Jean vraagt waarom er eigenlijk actie gevoerd moet gaan worden. Dat doen de Denen toch ook niet.
Een onbekende man in een geel hesje informeert waar en hoe laat de sectorbrede nieuwjaarsborrel plaatsvindt. Hij ruikt naar benzine.

De vergadering besluit de beslissing over het wel of niet redden van de Nederlandse filmcultuur tot een nader tijdstip uit te stellen.

Babette sluit de vergadering om 20.15 uur en wenst iedereen een prettig 2019.
De plechtigheid wordt besloten met koffie en cake.



= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 12 december 2018

Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html











donderdag 29 november 2018

Figurant

Wat velen niet weten, maar ik des te beter, is dat ik ook nog eens figurant ben geweest in mijn jonge jaren. 
Zo was ik ooit de enige voorbijfietsende figurant tijdens een live-uitzending vanuit Amsterdam tijdens de Oscars, toen Diana Ross midden in de nacht Theme from Mahogany moest playbacken.
Dat dat optreden me zonder kleerscheuren afging, mag opmerkelijk worden genoemd, want de geleende damesfiets waarop ik reed, was niet al te solide en een door een gebroken ketting veroorzaakte valpartij op een steile brug tijdens een live-uitzending bij de Academy Awards zou ongetwijfeld het einde hebben betekend van mijn Oscarkansen.
Gelukkig had ik als figurant al ervaring opgedaan bij een curieuze Franse film, die geheel in Amsterdam werd opgenomen: Barocco.
De hoofdrollen werden vertolkt door Isabelle Adjani en Gérard Depardieu en een kans om samen met die beroemde acteurs in een film vereeuwigd te worden, kon ik me natuurlijk niet laten ontgaan. En zo stond ik enkele dagen later samen met een vriend op een guur winderig spoorwegemplacement.
De regisseur riep op de raarste momenten ‘moteur’ - dat is Frans voor ‘camera’, oftewel de cameraman moet dan de camera aanzetten - maar meestal was niemand dan nog klaar voor de opnamen, zeker de cameraman niet en ook de acteurs waren in geen velden of wegen te bekennen.
De regisseur was ziek en had hoge koorts, dat was duidelijk te zien, maar dan moet je ook maar niet van die krachtige windmachines neerzetten, leek me. Maar goed, dat was vanwege de gemoedstoestand van het personage dat Isabelle Adjani vertolkte, begreep ik later. Die was in de war, dus het weer ook. Barocco was een artistieke film, dat was wel duidelijk. En daar moest je verre van blijven, besloot ik, want daar kon je doodziek van worden.
En met acteurs mocht je je ook niet bemoeien. Dat had Hans Kemna, die de figuratie deed, ons op het hart gedrukt.
Maar een van de andere hoofdrolspelers, Jean-Claude Brialy, begon zich met mijn vriend - het moet gezegd, een knappe verschijning - te bemoeien. Na afloop van de opnamen van een scène op het kantoor van een krantenredactie, waarbij ik steeds verder van de camera en mijn vriend steeds duidelijker in beeld werd geplaatst, nodigde Jean-Claude mijn vriend uit op zijn hotelkamer. Op zijn verzoek heb ik hem daarbij vergezeld, want je ontmoet niet elke dag een beroemde Franse acteur en een diepgravend gesprek over de Franse filmcultuur was ook nooit weg.
Het was heel gezellig, totdat Jean-Claude zijn armen om ons heensloeg en ons toevertrouwde dat hij als laatbloeier op zijn veertigste de herenliefde had ontdekt. Wij waren nog lang geen veertig, hebben hem dan ook vriendelijk bedankt en zijn ijlings vertrokken.
Voor figurant was ik niet in de wieg gelegd. Dat begreep ik dan ook wel weer.


= = = =


 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 28 november 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html






donderdag 15 november 2018

Pathétisch

Jeetje, als ik geweten had dat het zo makkelijk was, dan had ik zelf ook een mailtje naar Pathé gestuurd. Of ze even 5 miljoen voor m’n nieuwe film wilden overmaken.
Al jaren wordt er gepraat over heffing aan de bron, maar de criminelen die het bioscoopconcern 19 miljoen afhandig wisten te maken met valse emails, hadden wel een erg makkelijke shortcut gevonden.
Dat er zo eenvoudig zo’n enorm bedrag vanuit de rekening courant naar Dubai kon worden overgemaakt, zegt wel iets over de riante geldstromen die in het concern rondgaan.

Dat bioscoopexploitanten en distributeurs het meeste verdienen in de exploitatieketen is inmiddels algemeen bekend. Maar ja, die zitten dan ook op hoge kosten. Er moeten nieuwe zalen uit de grond gestampt worden, plaatselijke overheden worden omgekocht en de Rolls-Royces en Maybachs in de hobbywerkplaats zijn hard toe aan een nieuwe opknapbeurt.
Producenten en makers zien weinig terug van de opbrengsten aan de kassa, zelfs niet als hun film een groot succes is. Hen rest niet anders dan weer aan te kloppen bij het Filmfonds. Een instituut dat jaarlijks 3.4 miljoen euro kost en dat inmiddels meer dan dertig mensen in vaste dienst heeft om aanvragen en bezwaarprocedures af te handelen.
Dat het verdelen van subsidie heeft geleid tot een instituut met een bureaucratisch waterhoofd is jammer, misschien zelfs wel zorgelijk.

Wat het effect is van subsidie op de Nederlandse filmindustrie, werd onlangs in opdracht van het Filmfonds onderzocht door het Britse onderzoeksbureau Olsberg SPI.
De semi-automatische incentive-regeling - een van de belangrijkste vormen van subsidie - die in 2014 door het Filmfonds in leven is geroepen om de productieactiviteit in Nederland te stimuleren, was nodig toe aan een evaluatie. Is de filmsector er blij mee? En waarom dan wel of niet?
Dat het instituut van Jonathan Olsberg - een oude kennis van Filmfondsdirecteur Doreen Boonekamp - in het verleden gesponsord is door het Filmfonds, mag een objectieve, onafhankelijke evaluatie natuurlijk niet in de weg staan.
Dat de conclusies in het rapport niet al te jubelend zijn en dat het Filmfonds zichtbare moeite heeft de effecten positief uit te leggen, is des te opmerkelijker omdat degenen die door de onderzoekers werden geraadpleegd, voornamelijk bestonden uit producenten en bedrijven die van de incentive-regeling gebruik hadden gemaakt.
De producenten die niet voor de regeling in aanmerking kwamen - het Filmfonds heeft daar strenge regels voor - werd niks gevraagd.
Het is een beetje als de prijswinnaars van de Postcodeloterij vragen of ze blij zijn met de Postcodeloterij.

Als blijkt dat de mails naar Pathé afkomstig waren van buitengesloten producenten, dan is dat ook weer te begrijpen. En wat mij betreft voor herhaling vatbaar.


= = = =


 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 14 november 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html



donderdag 1 november 2018

Goede seks

Een van de eerste keren dat ik een blote scène in een script schreef was in een script voor een tv-spel  genaamd Comeback, een tv-spel onder regie van Hank Onrust voor de TROS. Cox Habbema moest bloot onder de douche vandaan komen. Of dat belangrijk was voor de scène zou ik niet meer weten, maar Cox zag er bloot goed uit, dus mijn wedervraag luidt: waarom niet?
De studio in Hilversum was op dat moment voor de duur van de scène de best bewaakte studio van Nederland, want alle brandwachten en beveiligers waren ruim bijtijds voor de opnamen in de studio aanwezig. Ik weet zeker dat dat Cox een heel veilig gevoel gaf.

Minder goed bewaakt was een korte film, Idylle, die ik een jaar later voor de VPRO in de Bijlmer opnam. Geld voor beveiligers was er natuurlijk niet en de nachtelijke opnamen in parkeergarages werden gemaakt met gevaar voor eigen leven.
De seksscène lukte wonderwel zonder security, maar de investering in een condoom - en een mannelijke hoofdrolspeler met een kleiner libido - zou de veiligheid ongetwijfeld geholpen hebben en in elk geval kledingkosten hebben uitgespaard, want nu moesten we de van de Society Shop geleende broek aanschaffen omdat er vlekken op zaten. En we hadden al zo’n krap budget.
Het filmpje - waarin een man en een vrouw een verkrachting naspelen - leidde na uitzending tot de nodige controverse. In een radioprogramma van Felix Meurders moest ik me verdedigen tegen een of andere vrouwenclub en Freek de Jonge belde me op met de vraag of ‘dat filmpje niet een vergissing was’. Beiden hadden het filmpje kennelijk niet begrepen.

De seksscène in Flodder waarin Tatjana met haar broer in bed ligt, bracht heel andere problemen met zich mee. Tatjana had vlak voor de opnamen gevraagd of er niet een doekje tussen de intieme delen van haar en René kon worden gelegd.
Een handdoek zou te opvallend zijn dus werd er besloten een stuk uit het beddenlaken te knippen. Dat had dezelfde kleur en zou minder opvallen.
In de scène worden de beide Kezen gestoord in hun vrijerij door Ma Flodder. Volgens het script moest Zoon Kees vervolgens soepel uit bed springen en naakt naar zijn eigen kamer rennen.
Het uit bed springen ging minder soepel dan gepland omdat René met zijn voet in het gat van het laken bleef vastzitten. In de film zie je hem bijna struikelen.
Pas na de opname van het shot, én nadat ik René had uitgefoeterd omdat hij zo onhandig uit het bed was gesprongen en daardoor bijna de opname had verpest, begreep ik wat er aan de hand was geweest.

Goede seks in film vergt, net als seks in het echte leven, veel oefening. Maar ook veel voorbereiding.
Betaalzender HBO heeft onlangs een intimacy coordinator in het leven geroepen, iemand die de acteurs op de set bijstaat tijdens seksscènes. Dat lijkt me ook in Nederland geen overbodige luxe.



= = = =


 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 31 oktober 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html


donderdag 18 oktober 2018

Vrijplaats

Harry: ‘Emiel, met Harry. Ken jij die vrijplaats bij het Filmfonds?’
Emiel: ‘Je bedoelt die binnentuin achter het gebouw, waar de aanvragers met de consulenten moeten neuken?’
Harry: ‘Nee, even serieus. Ik dacht, ik geef je even een tip.’
Emiel: ‘Maar dat is toch alleen voor ervaren scenaristen? Je moet minstens twee bioscoopfilms geschreven hebben.’
Harry: ’Dat was vroeger zo. Maar toen reageerden er alleen maar ouwe lullen, dus hebben ze de criteria wat verruimd.’
Emiel: ‘Ik dacht dat die regeling nu juist bestemd was voor ervaren scriptschrijvers die nu eindelijk eens zonder producent een scenario wilden ontwikkelen.’
Harry: ‘Welnee, het bestuur kan gewoon besluiten dat iemand die nog nooit een script heeft geschreven over voldoende ervaring beschikt. Je moet wel een goede motivatie schrijven. En dat kan jij als geen ander. En verder ben je helemaal vrij.’
Emiel: ‘Klinkt goed. Dan kan ik misschien eindelijk eens werken aan mijn schateiland-film.’
Harry: ‘Ho, wacht even. Je hebt nu al drie films over zeerovers geschreven en die kon ik alle drie niet financieren.’
Emiel: ‘Films over de middeleeuwen bedoel je. En ik heb nu toch niks met jou te maken?’
Harry: ‘Klopt. Je bent helemaal vrij. Mij betrek je er pas bij in een later stadium.’
Emiel: ‘Dus wat mankeert er aan mijn schateiland-film?’
Harry: ‘Een van de voorwaarden is dat het vernieuwend binnen jouw oeuvre moet zijn. Dus niet weer een script over de middeleeuwen.’
Emiel: ‘Maar daar ben ik juist erg goed in. Heb jaren research gepleegd.’
Harry: ‘Gerard had vorig jaar een filmplan voor een horrorfilm ingediend.’
Emiel: ‘Daar is ie erg goed in.’
Harry: ‘Wat heet; heeft acht bioscoophits op zijn naam staan. Maar kreeg geen geld, want het was niet vernieuwend binnen zijn oeuvre. Bovendien houden ze bij het fonds niet van horror.’
Emiel: ‘Je bedoelt dat ik nu opeens een romcom of een western moet schrijven.’
Harry: ‘Precies, daar ben je helemaal vrij in.’
Emiel: ‘Maar dat kan ik helemaal niet.’
Harry: ‘Ja hoor eens, wees blij dat er een regeling is waar je als scenarioschrijver helemaal vrij bent om een script te ontwikkelen.’
Emiel: ‘Zo vrij klinkt het anders niet.’
Harry: ‘Je moet natuurlijk wel een beetje binnen de lijntjes blijven kleuren. Maar doe die aanvraag nou gewoon. Nee heb je, ja kan je krijgen.’ 
Emiel: ‘Wat moet ik indienen?’
Harry: ‘CV, filmografie, toelichting, persoonlijke motivatie, urgentie, synopsis, plan van aanpak, wat dvd’s van eerder werk.’
Emiel: ‘Jemig, dat is nogal wat.’
Harry: ‘En als het toegewezen wordt moet je ook een verslag van het werkproces opleveren.’
Emiel: ‘Tsja, ik weet het niet.’
Harry: ‘Denk erover na. En als je het niet wilt, dan kan je ook via mij een aanvraag indienen. Maar dan wordt het natuurlijk een heel ander verhaal. Die keuze is aan jou. Daar ben je helemaal vrij in.’ 


= = = =


 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 17 oktober 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
 
 

zaterdag 6 oktober 2018

Spookjury


‘We moeten het echt even uitleggen.’
‘Wat uitleggen?’
‘Waarom die films genomineerd zijn, waarom ze goed zijn.’
‘Ze zijn genomineerd omdat de DAFF-leden[1] erop gestemd hebben.’
‘DAFF-leden stemmen niet op films die ze goed vinden, maar op vrienden, of collega’s waar ze mee hebben samen gewerkt. Of de producent roept ze dwingend op om toch maar vooral op zijn film te stemmen. Zo gaat dat toch overal. Heeft niets met kwaliteit te maken.’
‘Je lult. Die stemprocedure gaat heel zorgvuldig.’
‘Hoe weet je dat? Hij is niet openbaar en er kom geen notaris aan te pas. Dacht je dat die DAFF-leden überhaupt alle films gezien hebben?’
‘Nee, dat lijkt me fysiek onmogelijk.’
‘Precies. En daarom moeten wij het publiek even uitleggen waarom een film genomineerd is. Daar hebben ze recht op.’
‘Maar wij weten toch ook niet waarom die DAFF-leden ergens op gestemd hebben?’
‘Laat een stagiaire even wat oude juryrapportjes opsnorren. Met wat knip en plakwerk komen we een heel eind.’

Zo moet het ongeveer gegaan zijn. De tekstjes die de genomineerde films, acteurs en crewleden tijdens de livestream van het Gouden Kalveren Gala begeleidden.
Totale malligheid.
Werd het jurysysteem een paar jaar geleden ingeruild voor een stemsysteem, komt er een spookjury terug die juryrapportjes in elkaar knutselt.
Dat je juryrapportjes in elkaar kan draaien zonder de films gezien te hebben, weet ik al sinds ik zelf in de jury voor het Gouden Kalf zat, ergens in de tachtiger jaren.
De bekende quizmaster die voorzitter van onze jury was, had ons tijdens een eerste vergadering op het hart gedrukt dat we alle geselecteerde films van het begin tot het eind moesten uitzitten. Dat dat onbegonnen werk was bleek al snel. Na de zoveelste Van Gewest tot gewest uitzending over de aardappelteelt in Groningen - dat soort films dongen toen nog mee voor beste documentaire - , was het de juryleden toegestaan om uit voorstellingen te lopen en zelfs films over te slaan.
Zo kon het gebeuren dat de bekende schrijver die de juryrapporten moest schrijven, het rapport voor de genomineerde prestatie van een actrice geheel uit zijn duim moest zuigen omdat hij de bewuste film niet gezien had.

Tegenwoordig wordt daar streng tegen opgetreden, getuige het reglement van het Filmfestival:


- Stemmers worden gevraagd in beide rondes alle films te kijken voordat zij tot stemmen overgaan. Tevens worden zij gevraagd zich te onthouden van stemmen indien zij zich onbevoegd voelen of niet een aanzienlijk aantal films gezien hebben. -

Tsja, hoe dat gecontroleerd wordt is onduidelijk. Zouden er echt DAFF-leden zijn die zich onthouden van stemming als ze niet alle films gezien hebben?
Ook staat er:

- Het maken van of aanzetten tot het maken van stemafspraken is ten strengste verboden. -

Wie controleert dat? Ik lees nergens dat er een notaris bij de stemprocedure betrokken is.
Bij wie komen de stemmen binnen? Wie telt de stemmen? Hoeveel mensen hebben er per categorie gestemd, hoeveel daarvan hebben er op de winnaar gestemd? Wie krijgen tijdens de stemrondes het verloop van de stemming onder ogen? Waarom is de uitslag niet openbaar? Hoe kom je er trouwens achter of er wel of niet stemafspraken gemaakt worden? Houdt het bestuur hier toezicht op?
Wat meer transparantie zou wenselijk zijn.

Dat het bestuur van de DAFF en het NFF - niet geheel onlogisch - bestaat uit filmprofessionals die allemaal geheel of zijdelings betrokken zijn bij de meedingende films is een extra reden om onduidelijkheid over belangenverstrengeling te vermijden.

Maar de belangrijkste vraag is natuurlijk: Wie zaten er in de spookjury?


= = = =


[1] DAFF = Dutch Academy of Film