donderdag 15 november 2018

Pathétisch

Jeetje, als ik geweten had dat het zo makkelijk was, dan had ik zelf ook een mailtje naar Pathé gestuurd. Of ze even 5 miljoen voor m’n nieuwe film wilden overmaken.
Al jaren wordt er gepraat over heffing aan de bron, maar de criminelen die het bioscoopconcern 19 miljoen afhandig wisten te maken met valse emails, hadden wel een erg makkelijke shortcut gevonden.
Dat er zo eenvoudig zo’n enorm bedrag vanuit de rekening courant naar Dubai kon worden overgemaakt, zegt wel iets over de riante geldstromen die in het concern rondgaan.

Dat bioscoopexploitanten en distributeurs het meeste verdienen in de exploitatieketen is inmiddels algemeen bekend. Maar ja, die zitten dan ook op hoge kosten. Er moeten nieuwe zalen uit de grond gestampt worden, plaatselijke overheden worden omgekocht en de Rolls-Royces en Maybachs in de hobbywerkplaats zijn hard toe aan een nieuwe opknapbeurt.
Producenten en makers zien weinig terug van de opbrengsten aan de kassa, zelfs niet als hun film een groot succes is. Hen rest niet anders dan weer aan te kloppen bij het Filmfonds. Een instituut dat jaarlijks 3.4 miljoen euro kost en dat inmiddels meer dan dertig mensen in vaste dienst heeft om aanvragen en bezwaarprocedures af te handelen.
Dat het verdelen van subsidie heeft geleid tot een instituut met een bureaucratisch waterhoofd is jammer, misschien zelfs wel zorgelijk.

Wat het effect is van subsidie op de Nederlandse filmindustrie, werd onlangs in opdracht van het Filmfonds onderzocht door het Britse onderzoeksbureau Olsberg SPI.
De semi-automatische incentive-regeling - een van de belangrijkste vormen van subsidie - die in 2014 door het Filmfonds in leven is geroepen om de productieactiviteit in Nederland te stimuleren, was nodig toe aan een evaluatie. Is de filmsector er blij mee? En waarom dan wel of niet?
Dat het instituut van Jonathan Olsberg - een oude kennis van Filmfondsdirecteur Doreen Boonekamp - in het verleden gesponsord is door het Filmfonds, mag een objectieve, onafhankelijke evaluatie natuurlijk niet in de weg staan.
Dat de conclusies in het rapport niet al te jubelend zijn en dat het Filmfonds zichtbare moeite heeft de effecten positief uit te leggen, is des te opmerkelijker omdat degenen die door de onderzoekers werden geraadpleegd, voornamelijk bestonden uit producenten en bedrijven die van de incentive-regeling gebruik hadden gemaakt.
De producenten die niet voor de regeling in aanmerking kwamen - het Filmfonds heeft daar strenge regels voor - werd niks gevraagd.
Het is een beetje als de prijswinnaars van de Postcodeloterij vragen of ze blij zijn met de Postcodeloterij.

Als blijkt dat de mails naar Pathé afkomstig waren van buitengesloten producenten, dan is dat ook weer te begrijpen. En wat mij betreft voor herhaling vatbaar.


= = = =


 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 14 november 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html



donderdag 1 november 2018

Goede seks

Een van de eerste keren dat ik een blote scène in een script schreef was in een script voor een tv-spel  genaamd Comeback, een tv-spel onder regie van Hank Onrust voor de TROS. Cox Habbema moest bloot onder de douche vandaan komen. Of dat belangrijk was voor de scène zou ik niet meer weten, maar Cox zag er bloot goed uit, dus mijn wedervraag luidt: waarom niet?
De studio in Hilversum was op dat moment voor de duur van de scène de best bewaakte studio van Nederland, want alle brandwachten en beveiligers waren ruim bijtijds voor de opnamen in de studio aanwezig. Ik weet zeker dat dat Cox een heel veilig gevoel gaf.

Minder goed bewaakt was een korte film, Idylle, die ik een jaar later voor de VPRO in de Bijlmer opnam. Geld voor beveiligers was er natuurlijk niet en de nachtelijke opnamen in parkeergarages werden gemaakt met gevaar voor eigen leven.
De seksscène lukte wonderwel zonder security, maar de investering in een condoom - en een mannelijke hoofdrolspeler met een kleiner libido - zou de veiligheid ongetwijfeld geholpen hebben en in elk geval kledingkosten hebben uitgespaard, want nu moesten we de van de Society Shop geleende broek aanschaffen omdat er vlekken op zaten. En we hadden al zo’n krap budget.
Het filmpje - waarin een man en een vrouw een verkrachting naspelen - leidde na uitzending tot de nodige controverse. In een radioprogramma van Felix Meurders moest ik me verdedigen tegen een of andere vrouwenclub en Freek de Jonge belde me op met de vraag of ‘dat filmpje niet een vergissing was’. Beiden hadden het filmpje kennelijk niet begrepen.

De seksscène in Flodder waarin Tatjana met haar broer in bed ligt, bracht heel andere problemen met zich mee. Tatjana had vlak voor de opnamen gevraagd of er niet een doekje tussen de intieme delen van haar en René kon worden gelegd.
Een handdoek zou te opvallend zijn dus werd er besloten een stuk uit het beddenlaken te knippen. Dat had dezelfde kleur en zou minder opvallen.
In de scène worden de beide Kezen gestoord in hun vrijerij door Ma Flodder. Volgens het script moest Zoon Kees vervolgens soepel uit bed springen en naakt naar zijn eigen kamer rennen.
Het uit bed springen ging minder soepel dan gepland omdat René met zijn voet in het gat van het laken bleef vastzitten. In de film zie je hem bijna struikelen.
Pas na de opname van het shot, én nadat ik René had uitgefoeterd omdat hij zo onhandig uit het bed was gesprongen en daardoor bijna de opname had verpest, begreep ik wat er aan de hand was geweest.

Goede seks in film vergt, net als seks in het echte leven, veel oefening. Maar ook veel voorbereiding.
Betaalzender HBO heeft onlangs een intimacy coordinator in het leven geroepen, iemand die de acteurs op de set bijstaat tijdens seksscènes. Dat lijkt me ook in Nederland geen overbodige luxe.



= = = =


 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 31 oktober 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html


donderdag 18 oktober 2018

Vrijplaats

Harry: ‘Emiel, met Harry. Ken jij die vrijplaats bij het Filmfonds?’
Emiel: ‘Je bedoelt die binnentuin achter het gebouw, waar de aanvragers met de consulenten moeten neuken?’
Harry: ‘Nee, even serieus. Ik dacht, ik geef je even een tip.’
Emiel: ‘Maar dat is toch alleen voor ervaren scenaristen? Je moet minstens twee bioscoopfilms geschreven hebben.’
Harry: ’Dat was vroeger zo. Maar toen reageerden er alleen maar ouwe lullen, dus hebben ze de criteria wat verruimd.’
Emiel: ‘Ik dacht dat die regeling nu juist bestemd was voor ervaren scriptschrijvers die nu eindelijk eens zonder producent een scenario wilden ontwikkelen.’
Harry: ‘Welnee, het bestuur kan gewoon besluiten dat iemand die nog nooit een script heeft geschreven over voldoende ervaring beschikt. Je moet wel een goede motivatie schrijven. En dat kan jij als geen ander. En verder ben je helemaal vrij.’
Emiel: ‘Klinkt goed. Dan kan ik misschien eindelijk eens werken aan mijn schateiland-film.’
Harry: ‘Ho, wacht even. Je hebt nu al drie films over zeerovers geschreven en die kon ik alle drie niet financieren.’
Emiel: ‘Films over de middeleeuwen bedoel je. En ik heb nu toch niks met jou te maken?’
Harry: ‘Klopt. Je bent helemaal vrij. Mij betrek je er pas bij in een later stadium.’
Emiel: ‘Dus wat mankeert er aan mijn schateiland-film?’
Harry: ‘Een van de voorwaarden is dat het vernieuwend binnen jouw oeuvre moet zijn. Dus niet weer een script over de middeleeuwen.’
Emiel: ‘Maar daar ben ik juist erg goed in. Heb jaren research gepleegd.’
Harry: ‘Gerard had vorig jaar een filmplan voor een horrorfilm ingediend.’
Emiel: ‘Daar is ie erg goed in.’
Harry: ‘Wat heet; heeft acht bioscoophits op zijn naam staan. Maar kreeg geen geld, want het was niet vernieuwend binnen zijn oeuvre. Bovendien houden ze bij het fonds niet van horror.’
Emiel: ‘Je bedoelt dat ik nu opeens een romcom of een western moet schrijven.’
Harry: ‘Precies, daar ben je helemaal vrij in.’
Emiel: ‘Maar dat kan ik helemaal niet.’
Harry: ‘Ja hoor eens, wees blij dat er een regeling is waar je als scenarioschrijver helemaal vrij bent om een script te ontwikkelen.’
Emiel: ‘Zo vrij klinkt het anders niet.’
Harry: ‘Je moet natuurlijk wel een beetje binnen de lijntjes blijven kleuren. Maar doe die aanvraag nou gewoon. Nee heb je, ja kan je krijgen.’ 
Emiel: ‘Wat moet ik indienen?’
Harry: ‘CV, filmografie, toelichting, persoonlijke motivatie, urgentie, synopsis, plan van aanpak, wat dvd’s van eerder werk.’
Emiel: ‘Jemig, dat is nogal wat.’
Harry: ‘En als het toegewezen wordt moet je ook een verslag van het werkproces opleveren.’
Emiel: ‘Tsja, ik weet het niet.’
Harry: ‘Denk erover na. En als je het niet wilt, dan kan je ook via mij een aanvraag indienen. Maar dan wordt het natuurlijk een heel ander verhaal. Die keuze is aan jou. Daar ben je helemaal vrij in.’ 


= = = =


 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 17 oktober 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
 
 

zaterdag 6 oktober 2018

Spookjury


‘We moeten het echt even uitleggen.’
‘Wat uitleggen?’
‘Waarom die films genomineerd zijn, waarom ze goed zijn.’
‘Ze zijn genomineerd omdat de DAFF-leden[1] erop gestemd hebben.’
‘DAFF-leden stemmen niet op films die ze goed vinden, maar op vrienden, of collega’s waar ze mee hebben samen gewerkt. Of de producent roept ze dwingend op om toch maar vooral op zijn film te stemmen. Zo gaat dat toch overal. Heeft niets met kwaliteit te maken.’
‘Je lult. Die stemprocedure gaat heel zorgvuldig.’
‘Hoe weet je dat? Hij is niet openbaar en er kom geen notaris aan te pas. Dacht je dat die DAFF-leden überhaupt alle films gezien hebben?’
‘Nee, dat lijkt me fysiek onmogelijk.’
‘Precies. En daarom moeten wij het publiek even uitleggen waarom een film genomineerd is. Daar hebben ze recht op.’
‘Maar wij weten toch ook niet waarom die DAFF-leden ergens op gestemd hebben?’
‘Laat een stagiaire even wat oude juryrapportjes opsnorren. Met wat knip en plakwerk komen we een heel eind.’

Zo moet het ongeveer gegaan zijn. De tekstjes die de genomineerde films, acteurs en crewleden tijdens de livestream van het Gouden Kalveren Gala begeleidden.
Totale malligheid.
Werd het jurysysteem een paar jaar geleden ingeruild voor een stemsysteem, komt er een spookjury terug die juryrapportjes in elkaar knutselt.
Dat je juryrapportjes in elkaar kan draaien zonder de films gezien te hebben, weet ik al sinds ik zelf in de jury voor het Gouden Kalf zat, ergens in de tachtiger jaren.
De bekende quizmaster die voorzitter van onze jury was, had ons tijdens een eerste vergadering op het hart gedrukt dat we alle geselecteerde films van het begin tot het eind moesten uitzitten. Dat dat onbegonnen werk was bleek al snel. Na de zoveelste Van Gewest tot gewest uitzending over de aardappelteelt in Groningen - dat soort films dongen toen nog mee voor beste documentaire - , was het de juryleden toegestaan om uit voorstellingen te lopen en zelfs films over te slaan.
Zo kon het gebeuren dat de bekende schrijver die de juryrapporten moest schrijven, het rapport voor de genomineerde prestatie van een actrice geheel uit zijn duim moest zuigen omdat hij de bewuste film niet gezien had.

Tegenwoordig wordt daar streng tegen opgetreden, getuige het reglement van het Filmfestival:


- Stemmers worden gevraagd in beide rondes alle films te kijken voordat zij tot stemmen overgaan. Tevens worden zij gevraagd zich te onthouden van stemmen indien zij zich onbevoegd voelen of niet een aanzienlijk aantal films gezien hebben. -

Tsja, hoe dat gecontroleerd wordt is onduidelijk. Zouden er echt DAFF-leden zijn die zich onthouden van stemming als ze niet alle films gezien hebben?
Ook staat er:

- Het maken van of aanzetten tot het maken van stemafspraken is ten strengste verboden. -

Wie controleert dat? Ik lees nergens dat er een notaris bij de stemprocedure betrokken is.
Bij wie komen de stemmen binnen? Wie telt de stemmen? Hoeveel mensen hebben er per categorie gestemd, hoeveel daarvan hebben er op de winnaar gestemd? Wie krijgen tijdens de stemrondes het verloop van de stemming onder ogen? Waarom is de uitslag niet openbaar? Hoe kom je er trouwens achter of er wel of niet stemafspraken gemaakt worden? Houdt het bestuur hier toezicht op?
Wat meer transparantie zou wenselijk zijn.

Dat het bestuur van de DAFF en het NFF - niet geheel onlogisch - bestaat uit filmprofessionals die allemaal geheel of zijdelings betrokken zijn bij de meedingende films is een extra reden om onduidelijkheid over belangenverstrengeling te vermijden.

Maar de belangrijkste vraag is natuurlijk: Wie zaten er in de spookjury?


= = = =


[1] DAFF = Dutch Academy of Film



donderdag 4 oktober 2018

Voor al uw vragen

Lieve Dick,
Ik hoop dat je me kunt helpen. Ik ben een beginnend speelfilmregisseur en heb zojuist mijn regiecontract van de producent gekregen. Buiten de normale afspraken, zoals het afstaan van al mijn rechten, staat er ook een clausule in dat ik één keer per week de auto van de producent moet wassen en elke zondag zijn kinderen naar Tai-Chi moet brengen. Ik vroeg me af of dit gebruikelijke clausules zijn. Graag advies.
- Kubrickje in de dop

Beste Kubrickje in de dop,
Deze vraag krijg ik wel vaker. En ik verbaas me elke keer weer hoe slecht regisseurs op de hoogte zijn van hun rechten en plichten.
Het is heel normaal dat je één keer per week de auto van de producent wast. Ik ken zelfs regisseurs die dat drie keer per week moeten doen. Wat dat betreft bof je nog. Kinderen naar Tai Chi brengen komt minder vaak voor, meestal zitten ze op voetbal of hockey. Maar ook hier is niets vreemds aan.
Toen ik mijn eerste speelfilm, De Lift, maakte moest ik van mijn toenmalige producent Matthijs van Heijningen drie keer per week het gras rond zijn kasteel Bolenstein maaien. Toen de film een succes werd hoefde het gelukkig nog maar één keer per week. Dat contract kan je gewoon tekenen.
Veel succes met je film!
- Dick

Lieve Dick,
Ik ben radeloos. Mijn vriendin heeft de hoofdrol gekregen in een nieuwe Nederlandse film. Nu zegt ze dat ze elke avond moet repeteren met de regisseur. Maar er is nog niet eens een script. En bij het Filmfonds hebben ze nog nooit van hem gehoord! Wat moet ik doen?
- Wanhopige-man-van

Beste Wanhopige-man-van,
Dat het Filmfonds iets kwijt is, is niet zo vreemd. Ik moet zelf ook elke keer weer dvd’s van mijn eigen films inleveren, die raken kennelijk ook steeds zoek. En er zijn ook genoeg voorbeelden van films die zonder script gemaakt zijn. Dus niet zo wantrouwig!
- Dick

Lieve Dick,
Ik ben een beginnend actrice en ben uitgenodigd voor een casting voor een nieuwe Nederlandse speelfilm. Nu heeft de casting director mij gevraagd om schoon ondergoed mee te nemen. Is dat normaal?
- Twijfelende Ster

Beste Twijfelende Ster,
Dat is inderdaad niet normaal. Meestal ligt er gewoon schoon ondergoed op de casting. Het is heel vreemd dat acteurs dit zelf zouden moeten meenemen. Maar misschien hebben we hier te maken met een low budget productie. Dan is het wel weer te begrijpen.
Veel genot bij je casting!
- Dick

Met al uw vragen aan Dick op filmgebied kunt u terecht op onderstaand email adres.




= = = =


 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 3 oktober 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 20 september 2018

Hotspot

‘Can one of the cars take us back to our hotel?’
Ik wees naar de grote rij taxi’s die langs de stoeprand stond geparkeerd. Elke taxi was voorzien van een groot logo met ‘Tribeca Filmfestival’ erop.
Tom de Mol en ik waren in New York met onze film Sint op uitnodiging van het prestigieuze - door Robert de Niro opgerichte - festival.
’No, those are for the guests of the festival,’ zei het dikke met portofoons omhangen meisje.
Ik wees op onze badges, maar kennelijk was het feit dat onze film op het festival vertoond werd niet voldoende om een gratis rit naar ons hotel te bemachtigen.
De taxi’s waren blijkbaar alleen bestemd voor sponsors, en mensen als Martin Scorcese en Elton John die we net bij de openingsceremonie hadden mogen aanschouwen. Die waren natuurlijk veel belangrijker dan de producenten en regisseurs wiens films vertoond werden. Wij moesten gewoon naar ons hotel lopen.

Dat je niet voor je plezier op een filmfestival wordt uitgenodigd hadden ze bij het Tribeca Festival goed begrepen. Regisseurs en producenten mogen blij zijn dat ze de gelegenheid krijgen hun film te promoten en veel festivals die ooit uit meer idealistische motieven waren opgericht, zijn vercommercialiseerd en verworden tot zichzelf in stand houdende cocktailparty’s voor plaatselijke politici en ambtelijke filmbobo’s.

Hoe het ook kan merkte ik in Lissabon. Een festival dat georganiseerd was door vriendelijke mensen. Gezellig met z’n allen uit eten, een Fado zangeres aan je tafel en onder het eten ongedwongen babbelen met de roemruchte Roger Corman over zijn recente Chinese avonturen. Roger was uitgenodigd op het festival om een terecht verdiende lifetime achievement award in ontvangst te nemen.

Het Fantasia festival in Montreal viel dan weer tegen. Het is al een veeg teken als je film geprogrammeerd staat tegen het einde van het festival. De meeste gasten zijn dan alweer terug naar huis en ook de pers is vertrokken zodat er van promotie - een van de belangrijkste redenen om uberhaupt naar een festival af te reizen - weinig terecht komt.
De toegezegde tripjes naar bezienswaardigheden die de gasten waren voorgehouden waren ook allemaal al geweest. Er bleef niets anders over dan een beetje rondhangen in een Ierse Pub, The Irish Embassy, in het centrum van Montreal, die was aangekondigd als dè hotspot van het festival. Ik merkte daar echter weinig van. Meestal zat ik daar in een uitgestorven omgeving de Potato Skins weg te werken.
De pub vatte helaas het begrip ‘hotspot’ wat te letterlijk op want een half jaar later brandde de kroeg vrijwel geheel uit.

Volgende week begint het Nederlands Filmfestival in Utrecht. Dat is dan weer even de hotspot voor de Nederlandse filmliefhebber. Oeps, laat ik voorzichtig zijn met het woord ‘hotspot’. Alhoewel…



= = = =


 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 19 september 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 6 september 2018

Hobbyvakantie

Niet geheel per toeval kwamen wij voor een korte vakantie in Dubrovnik terecht. Een prachtige stad in Kroatië waar we nog niet eerder waren geweest maar die zich wat mij betreft kan meten met de beste vakantiebestemmingen van Europa.
Dat zich binnen het ommuurde oude gedeelte van de stad een groot aantal lokaties bevinden waar Game of Thrones is opgenomen, daar kwamen we vlak voor vertrek achter. En wat is dan leuker om die dan ook daadwerkelijk te bezoeken?

Enig speurwerk leerde ons dat er talloze GOT-walking tours zijn, maar die waren peperduur en we gaven ons geld liever uit in een van de vele uitstekende restaurants.
Een plattegrond met filmlokaties was snel gemaakt en omdat het oude centrum niet erg groot is, en ondanks de grote toestroom aan toeristen goed te belopen, hadden we binnen een paar uurtjes vrijwel alle plekken bezocht waar de opnamen van de populaire HBO serie hadden plaatsgevonden.
Ook hadden we een klein kapitaal aan GOT-souvenirs uitgegeven in een van de officiële GOT-souvenirwinkels.  En niet alleen wij, maar talloze andere GOT-fans spendeerden hun laatste Kuna’s aan T-Shirts, mokken, sleutelhangers, poppen en drakeneieren.
Een speciale Shame-cocktail die geserveerd wordt bij de trappen waar de Walk of Shame-scène werd opgenomen, hebben wij helaas over het hoofd gezien.
Ik heb zelfs plaatsgenomen op een replica van de Iron Throne, maar het bewijs hiervan (Photo of Shame) mag ik van mijn familie  niet naar buiten brengen.

Dat cultuur een stad op de kaart kan zetten lijkt me weer eens bewezen. Dat een stad als Dubrovnik vanwege Game of Thrones een flinke economische stimulans heeft gekregen, valt niet te ontkennen.
Behalve dan door types als Eric Wiebes. Eric ziet er niet naar uit dat hij zijn eerste erotische ervaring - zoals vele anderen - heeft opgedaan bij een gesubsidieerde film als Flodder.
Eric kijkt met boekhoud-ogen naar kunst. Cultuur is voor hem een hobby en kunst moet zichzelf financieel kunnen bedruipen. Dat laatste lukt aardig in Dubrovnik. Zo goed zelfs dat het stadsbestuur maatregelen heeft aangekondigd de stroom toeristen - soms meer dan tienduizend per dag - te gaan beperken.

Dat Amsterdam inmiddels hetzelfde probleem heeft, ligt ongetwijfeld aan mijn eigen hobby-film Amsterdamned. Tochten met een gids langs de lokaties zijn op YouTube te vinden en worden aangeprezen op toeristensites.
Het enige dat mist is een officiële Amsterdamned-souvenirwinkel. Die moet er wel komen. Al was het alleen maar om Eric Wiebes als uitbater een onbezorgde oude dag te gunnen. En dan leert ie meteen wat meer over de waarde van cultuur.


= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 5 september 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 23 augustus 2018

Veelgestelde vragen


Ik heb een idee voor een film. Kunnen we een keer koffie gaan drinken?
Dat lijkt me geen goed idee. Werk het idee eerst even uit tot een scenario en regel de financiering. Dan praten we verder. Ideeën, daar is geen gebrek aan. In tegenstelling tot geld.

Waarom worden er in Nederland zoveel romcoms gemaakt?
Romcoms zijn naar verhouding goedkoop te maken. En als je ze vol met bekende Nederlanders stopt, dan is de kans groot dat er publiek naartoe gaat.

Is het nog leuk om in Nederland films te maken?
Films maken op zich is heel leuk. Films maken in Nederland steeds minder. Grootste probleem is de financiering. Films boven de twee miljoen zijn vrijwel niet op een normale manier te financieren. En over de bureaucratische (administratieve) rompslomp en de verregaande inhoudelijke bemoeienis zullen we het maar niet hebben.

Wat is de belangrijkste les die je als filmmaker geleerd hebt? Wat raad je beginnende filmmakers aan?
Houd altijd vast aan je oorspronkelijke idee. Verander alleen iets als je er volledig achter staat en niet omdat het een eis is van een of andere geldschieter. Je kan beter afgerekend worden op je eigen fouten dan op die van iemand anders.

Hoeveel verdien je als speelfilmregisseur?
De Europese norm is dat een regisseur vijf procent van het budget ontvangt. Op een film met een budget van twee miljoen zou hij dus honderdduizend euro verdienen. Maar er zijn maar weinig Nederlandse regisseurs die dat krijgen.

Heeft iemand 5 miljoen over zodat ik een film kan maken?
Vraag van mijzelf. Al vaak gesteld, maar niemand heeft nog gereageerd.

Zijn filmprijzen belangrijk?
Heel erg belangrijk voor degene die ze uitdeelt. Geeft bestaansrecht aan het festival. En hadden we ooit van Cannes gehoord als ze niet een filmfestival hadden?

Trek je je wel eens iets aan van recensies?
Ik geniet van slechte recensies van films van collega’s. (Oeps, wat zeg ik nu?)

Waarom zien we altijd dezelfde acteurs in Nederlandse films?
Betere vraag is tegenwoordig: Waarom zien we steeds dezelfde Nederlandse films?

Wie is de Mol?
Twee antwoorden mogelijk.
John de Mol, mediamagnaat of Tom de Mol, Nederlands producent van voornamelijk Sinterklaasfilms.

Hoe zie jij de toekomst van de Nederlandse film?
Zolang regisseurs en scenarioschrijvers niet de middelen krijgen hun originele ideeën uit te ontwikkelen en vorm te geven; als de inhoudelijke bemoeienis van beslissers bij de fondsen niet tot een minimum wordt teruggebracht; wanneer er niet ingezet wordt op makers, zolang zal de Nederlandse film een marginaal bestaan blijven leiden.

‘Do you know where the Flower Market is?’
Dat zou je wel willen weten hè, vuile stinktoerist? Sure, next street on your left.
‘Thank you.’
You’re welcome.

= = = =


 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 22 augustus 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html

donderdag 9 augustus 2018

John

Goed nasynchroniseren is een kunst op zich. Daar kan Barry Atsma van meepraten.
Toen mijn eerste speelfilm De Lift wereldwijd aan Warner verkocht was, moest hij ook worden nagesynchroniseerd in het Engels en Frans.
Dat gebeurde in een geluidsstudio in Parijs. De regisseur die de supervisie had over de nasynchronisatie - laten we hem John noemen - kwam uit Engeland en bleek ook nog acteur te zijn. Hij had nog een kleine rol in de James Bond-film Moonraker gespeeld, maar was in Parijs neergestreken niet alleen omdat de verdiensten aldaar een stuk beter waren maar vooral vanwege het erotisch vertier.
Toen hij me na de eerste kennismaking naar mijn hotel in een obscure buitenwijk van Parijs bracht, wist hij meteen de hoeren tussen de hotelgasten in de hal te spotten en knoopte er een praatje mee aan. Of ik interesse had. Niet meteen op de eerste dag, besloot ik. Later heb ik daar nog spijt van gehad, want op de tweede dag waren ze nergens meer te bekennen.
Lang bleef ik trouwens niet in het eerste hotel, want de eigenaar van de studio, Jacques De Lane Lea - jawel, de eigenaar van de befaamde De Lane Lea Studio’s in Londen, waar de Rolling Stones en andere beroemde artiesten nog hadden opgenomen - had besloten dat ik naar een sjieker hotel, ik meen de George V, moest verkassen. Mede omdat ik dan zijn zoontje op vrije momenten mee naar de bioscoop kon nemen.
De George V lag ook vlakbij het appartement waar John woonde. Hij nodigde me bij hem thuis uit. Een uitnodiging die ik graag aannam omdat ik weleens wilde zien hoe een succesvol regisseur van nasynchronisaties in Parijs woonde.
Dat viel tegen. Ik kwam terecht in een armoedig zolderkamertje van drie bij vier waar een sterke waslucht hing. Misschien viel er toch minder met nasynchroniseren te verdienen dan ik dacht. Naast het bed was er nauwelijks plek om te zitten, dus nam ik zijn voorstel  om ergens een hapje te gaan eten graag aan.
Dat het restaurant recht tegenover een bordeel was gelegen en de klanten door de dames soms met brute kracht naar binnen werden geloodst, kwam mijn eetlust niet geheel ten goede. Een voorbijganger die in eerste instantie heel andere plannen had, werd staande gehouden door een wat oudere hoer met een rossige pruik en kreeg iets in zijn oor gefluisterd. Meteen verdween hij met haar naar binnen. Dat hij na vijf minuten weer op straat stond leek zijn humeur niet in de weg te staan.
John bracht me dit keer niet terug naar mijn hotel. Hij moest nog wat afwerken.
Van de donkere dagen in de nasynchronisatiestudio kan ik me weinig meer herinneren. John denk ik ook niet.
Ik had graag geweten wat de rossige hoer haar klant op straat had ingefluisterd. Op zo’n moment mis je dan echt de ondertitels.

Disclaimer:
Ten behoeve van de literaire impact zijn sommige feiten aangedikt en stroken andere niet met de werkelijkheid.

= = = =


 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 8 augustus 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
 

donderdag 26 juli 2018

Marktaandeel

Het marktaandeel van de Nederlandse film is het eerste halfjaar van 2018 gezakt naar 8.2 procent. In 2014 was dat nog 20 procent.
Is dat erg? Nee, dat is helemaal niet erg. Het betekent alleen maar dat er minder bezoekers naar Nederlandse films gaan. Kennelijk zijn er niet genoeg goede Nederlandse films in de bioscoop. Of laat ik dat nuanceren - niemand weet tenslotte wat een ‘goede’ film is - er zijn minder Nederlandse films waar publiek naar toe wil.
Is dat erg? Nee, ook dat is niet erg, wel jammer.

Het rare is, we horen nooit iets over het marktaandeel van boeken van Nederlandse schrijvers of kunstwerken van Nederlandse kunstenaars.
Ik lees nooit onheilspellende berichten dat het marktaandeel van Nederlandse boeken gezakt is of dat Nederlandse kunstschilders moeten worden bijgeschoold op speciaal op te richten instituten. Of dat er coaches worden toegewezen aan schrijvers om hun boeken naar een hoger plan te brengen, zoals nu bij film een normale zaak lijkt te gaan worden.

Bij sommige subsidiegevers en beleidsmakers heerst nog steeds de opvatting dat we filmmakers wel degelijk kunnen en moeten opleiden en bijscholen. Alsof het vergroten van het marktaandeel of aanwezigheid op prestigieuze festivals een doel op zich is.
In hun ogen kan je ‘goede’ films afdwingen. En ‘goede’ films zorgen voor volle zalen. Er zijn zelfs collega filmmakers die er ook zo over denken.

Dat een intendant van het filmfonds destijds - in een wanhopige poging het bezoek naar Nederlandse films te vergroten - het lumineuze idee had om remakes van succesvolle films uit het buitenland te stimuleren, heeft ook niet een echt positief effect gehad op de Nederlandse filmcultuur en de naweeën zijn nog steeds merkbaar.

- Het huidige peil van de vaderlandse cinema is niet een afspiegeling van de kwaliteit van Nederlandse filmmakers, maar van de kwaliteit van het Nederlandse filmbeleid. -

En bij díe kwaliteit mogen we best eens een vraagteken zetten.
Goed filmbeleid begint met makers de kans en de vrijheid te geven de films te maken die ze willen maken. En worden dat dan films waar niemand op zit te wachten, dan is dat maar zo. En laten we eens ophouden met dat uitschrijven van prijsvragen en het afdwingen van films met een ‘maatschappelijke urgentie’.

Nu ikzelf voorlopig het marktaandeel van de Nederlandse film niet meer kan verhogen, moet ik dat van het Parool maar eens zien te vergroten. Maar ook als dat niet gebeurt is dat niet erg. Ik schrijf tenslotte de columns die ik wil schrijven. En zelfs zonder coach lukt dat prima.


= = = =



 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 25 juli 2018


Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen? 
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:  
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html