Ik heb het altijd al geweten. Haarlem, de stad waar ik mijn jeugd heb doorgebracht, is het Nederlandse Hollywood. Althans, dat schijnt het vroeger geweest te zijn, voor de oorlog, in de tijd dat er een echte filmstudio gevestigd was, Hollandia, die meer dan zestig speelfilms produceerde.
Niet dat ik daar iets van heb meegekregen in de tijd dat ik in de zestiger jaren in de Haarlemmerhout rondhing, want veel filmactiviteiten heb ik er nooit waargenomen.
Ik heb een vage herinnering dat Als twee druppels water - de film naar het boek De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans onder regie van Fons Rademakers - in de stad werd opgenomen, maar ik denk dat ik die informatie eerder uit het Haarlems Dagblad had, dan uit eigen waarneming.

Dat er in Haarlem - in die tijd naar mijn idee een tamelijk slome provinciestad, met een uitgestorven, winderige Grote Markt - zoveel bioscopen waren, was waarschijnlijk te danken aan het feit dat er verder niets te beleven viel. En die markt was natuurlijk uitgestorven omdat iedereen in de bioscoop zat. Ik ook.
Het is grappig dat je vaak nog precies weet op welk moment en in welke bioscoop je de films hebt gezien die indruk op je hebben gemaakt. Het ‘waar was je toen de vliegtuigen de Twin Towers invlogen?’ fenomeen.
Day of the Triffids in Lido; Easy Rider in Studio, op de Grote Markt; Mash en Midnight Cowboy op dezelfde avond in Cinema Palace en Luxor, in de Grote Houtstraat; Dr. No twee keer in het Frans Hals theater. Maar misschien overdrijf ik en is het alleen maar een kwestie van een goed geheugen.
Alle Haarlemse bioscopen uit die tijd zijn inmiddels verdwenen. Gesloopt, om plaats te maken voor nieuwbouw, of er zijn cafés en kledingwinkels in gevestigd. Dat die neergang samenviel met mijn vertrek naar Amsterdam is louter toeval.
Het Frans Hals theater is tegenwoordig een gereformeerde kerk. Er wordt nu gebeden op de plek waar ik als puber Ursula Andress twee keer in een krappe bikini uit het water heb zien komen.
Een andere plek waar ik films zag, was De Toneelschuur in de Smedestraat. Onder de naam Filmschuur vertoonden ze daar wekelijks de meer artistieke en festivalfilms.
Ik zag daar Citizen Kane van Orson Welles en films van Ingmar Bergman, maar vaak ook obscure zwart-wit films uit Oostbloklanden.
Toen ik op de filmacademie zat en mijn eerste korte speelfilm opnam, vond een deel van de opnames plaats in diezelfde toneelschuur.
Inmiddels zit de Toneelschuur op een andere locatie in Haarlem en daar is aanstaande zondag de presentatie van een boek over de Haarlemse filmgeschiedenis: Haarlem Filmstad. Een boek over het bioscoopleven, de studio’s, filmmakers en sterren uit de stad.
Misschien dat het boek de vraag beantwoordt of er inderdaad sprake was van een Hollywood aan het Spaarne, of dat dat toch een beetje de zelfoverschatting van een slome provinciestad is.
= = = =
deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 20 maart 2019
Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen?
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
Ik voelde me bekocht.
Ik had de foto’s in de vitrines van het Minervatheater in Heemstede goed bestudeerd en een van de stills van Spartacus, een tamelijk bloederig tafereel als ik me goed herinner, had ik niet teruggezien in de film. Ik vond dat een beetje volksverlakkerij - een woord dat ik waarschijnlijk nog niet kende op mijn twaalfde - maar ik heb er verder geen werk van gemaakt. Ik was allang blij dat ik zonder kleerscheuren het theater in was gekomen, want de film was gekeurd voor 14 jaar en ouder. Tegenwoordig is dat wel anders, zelfs met twee vaders kom je als 15-jarige niet meer in een film die voor minstens 16-jarigen is gekeurd.
Was bij Spartacus nog de verklaring dat er waarschijnlijk in de film geknipt was en de meest heftige scenes door de keuring verwijderd waren, gaandeweg begreep ik dat bij het promoten van films zekere vrijheden waren toegestaan.
Een goede filmposter is sinds jaar en dag een van de belangrijkste promotiemiddelen van een film. Iemand als Roger Corman had vaak eerst het idee voor een poster - een vrouw onder het bloed in bikini rennend over het strand, bijvoorbeeld - en bedacht daar vervolgens een film bij.
Niet altijd voldeden de affiches met halfnaakte vrouwen echter aan de verwachting. Soms kwamen ze er zelfs niet in voor of werd er als het meezat een schouder ontbloot.
 |
| Japanse poster |
 |
| Franse poster |
 |
| Chinese poster |
Alle middelen zijn geoorloofd om de potentiële kopers te overtuigen een kaartje te kopen of een dvd aan te schaffen.
Ooit kreeg ik een affiche afkomstig van een Caribisch eiland onder ogen, waarop een mij onbekende man met een pistool stond. Dat bleek om Amsterdamned te gaan. Dat de desbetreffende persoon helemaal niet in de film voorkwam, zal niet tot een volksopstand op het eiland geleid hebben.
Pistolen op een affiche doen het vaak goed. Een vrouw met een pistool is nog beter. Het Nederlandse affiche van Down was niet erg wervend, dus in het buitenland werd eerst de naam veranderd in het bijna pornografisch aandoende The Shaft, en kwam Naomi Watts pontificaal met een pistool op het artwork. Ik twijfel er niet aan dat dat de verkoop wereldwijd gestimuleerd heeft.
De Nederlandse poster van Prooi was tamelijk beroerd. Nu de film in diverse landen wordt uitgebracht, is het grappig en leerzaam om te zien hoe de verschillende distributeurs de film onder de aandacht brengen.
Dat de Japanse dvd een cover heeft met het interieur van een Tokiose tram, een kniesoor die daarover valt.
De cover van de Franse dvd gaat nog verder. Daar zien we zwaarbewapende Amerikaanse politiemannen die een leeuw onder schot houden in een stad die in de verste verte niet op Amsterdam lijkt.
En de Chinezen borduren daar dan weer op voort: op het affiche zien we nu zelfs een brandende stadsbus. En dat laatste vind ik dan weer behoorlijk richting volksverlakkerij gaan.
Prooi komt 22 maart in China uit. Ik zie de protesten uit de volksrepubliek met vertrouwen tegemoet.
= = = =
deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 6 maart 2019
Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen?
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
Als je je als filmmaker openlijk via sociale media of andere kanalen uitspreekt over de kwaliteit van andermans films, loop je het gevaar meteen weer je hok in geslagen te worden met jij-bak reacties als: ‘Kijk naar je eigen films’, ‘Die van jou zijn echt bagger’, ‘Hoeveel bezoekers zijn er dan naar jouw laatste film gegaan?’ etc.
Daarom probeer ik me maar zoveel mogelijk te onthouden van kritiek op films van anderen, het is tenslotte al moeilijk genoeg om een film van de grond te krijgen en iedereen die dat voor elkaar krijgt, verdient sowieso ons grootst mogelijke respect. En bovendien valt er eigenlijk niet te discussiëren over kwaliteit. Dat is zo persoonlijk en daar heeft iedereen zijn eigen opvatting over.
Maar ja, je gaat wel met andere ogen naar je vrienden kijken als die een film die jij verafschuwt, beschouwen als de beste film die ze ooit gezien hebben.
Kan in zo’n geval de vriendschap nog wel voortbestaan? Wat mij betreft komt dat dan toch akelig dicht bij de mededeling dat iemand zich plotseling tot de islam heeft bekeerd, of te kennen geeft dat je eigen pis drinken echt heel erg goed voor je gezondheid is.
Omdat we hebben afgesproken zondag op televisie de Oscarnacht te bekijken met wat vrienden , was ik genoodzaakt - want je moet tenslotte mee kunnen praten - om alle films die in de belangrijkste categorieën zijn genomineerd, van tevoren te bekijken.
Jeetje, dat valt niet mee. Wat zitten er toch veel kleren van de keizer tussen. En wat is er toch gebeurd met het begrip ‘storytelling’? Veel films kabbelen maar voort, zonder dat de kijker een verwachting heeft van wat er komen gaat, niet kan meedenken en meevoelen met de karakters en hun problemen. Kortom, meesttijds laten de hoofdpersonen en hun dilemma’s - zo die er al zijn - de kijker koud.
En wat zijn er toch veel pretentieuze filmmakers die ons slaapverwekkende camerabewegingen, irritante groothoeklenzen en onnodige tijdsprongen voorschotelen die het gebrek aan verhaal moeten maskeren. En lekker in zwart-wit draaien, dat ziet er meteen artistiek uit maar dient geen enkel doel.
Maar ik ben bang dat ik in de minderheid ben en veel van de door mij verfoeide films er met de belangrijkste beeldjes vandoor zullen gaan. Want in Amerika gaat het bij de Oscars helaas allang niet meer over kwaliteit. Persoonlijke voor- en afkeuren, vriendjespolitiek en zakelijke belangen bepalen voor het grootste deel het stemgedrag.
De meest positieve verwachting die je van de Oscarnacht kan hebben is dat je maandagochtend nog wat vrienden overhebt. Maar dat zal wel loslopen, want de Gouden Kalveren competitie staat ook weer voor de deur, en veel van mijn vrienden zijn ook collega-filmmakers die straks vast wel een stem kunnen gebruiken.
= = = =
deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 20 februari 2019
Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen?
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
Ton: "Filmredactie, met Ton."
Harry: "Hallo Ton, met Harry. Ik bel even over die recensie van Zeerovers van de Nieuwmarkt die je vorige week hebt geschreven."
Ton: "Was je niet blij mee, heb ik begrepen?"
Harry: "Klopt. De recensie heeft bij mij, als producent van de film, toch wat vragen opgeroepen; bijvoorbeeld of je de film wel helemaal gezien hebt."
Ton: "Tja, die persvoorstellingen zijn altijd zo verdomde vroeg. Kan zijn dat ik een minuutje gemist heb."
Harry: "Je schrijft, ik citeer: ‘Geen moment wordt voelbaar gemaakt dat de film zich afspeelt op een tropisch eiland in het begin van de Gouden Eeuw’.”
Ton: "Ja, dat vond ik een zwakte van de film."
Harry: "Maar Ton, de film speelt zich geheel af in Amsterdam en niet op een tropisch eiland."
Ton: "Tuurlijk, weet ik. Ik schrijf toch ook hoe sterk dat zeventiende-eeuwse Amsterdam was neergezet. Compliment voor de artdirection."
Harry: "De film speelt zich af tijdens de krakersrellen in de jaren zeventig. Dat wordt ook heel duidelijk gemaakt door het titelbord in de openingsscène waarin duidelijk staat: ‘Amsterdam-1974’.”
Ton: "Ja, dat titeltje moet ik dan even gemist hebben. Ik was inderdaad iets te laat vanwege mijn koffie die ik nog niet op had. En daar kreeg ik ook nog een tompouce bij en je weet hoe onhandig die dingen te eten zijn."
Harry: "Mijn medewerkers zagen je pas een kwartier na het begin van de film naar binnen schuifelen. Het leek bovendien of je dronken was."
Ton: "Dan moet er iets in die tompouce gezeten hebben."
Harry: "Vervolgens riep je luidkeels: ‘Benieuwd wat die kutregisseur nu weer voor misbaksel heeft uitgepoept’.”
Ton: “Klopt, ik was best benieuwd.”
Harry: “Verschillende bronnen hebben bevestigd dat je toen op de persmap hebt staan urineren en even later in slaap bent gevallen en pas bij de aftiteling weer wakker bent geworden."
Ton: “Ik heb misschien vijf minuten mijn ogen dicht gehad. Een goede film kan dat hebben, Harry."
Harry: "Je begrijpt dat ik niet anders kon doen dan een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek."
Ton: "Gaat dat niet wat ver?"
Harry: "Je komt een kwartier te laat, mist cruciale scènes en je slaapt vervolgens de rest van de film. Hoe kan je in godsnaam een recensie schrijven over een film die je niet gezien hebt?"
Ton: "Oké, ik begrijp wat je zegt. Was misschien niet helemaal netjes van me. Om het goed te maken geef ik je volgende film al bij voorbaat vijf ballen?”
Harry: “Vijf ballen?"
Ton: “Vijf ballen! Ongezien!"
= = = =
deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 6 februari 2019
Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen?
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
Waren filmpremières vroeger gezellige bijeenkomsten met crew, cast, vrienden, wat notabelen en geldschieters, allengs kwam daar de klad in.
Bestegen we eerst nog ongedwongen de trappen van Tuschinski - de bioscoop waar alle belangrijke premières plaatsvonden - op een gegeven moment verscheen daar opeens een lange rode loper en begon het ‘Hollywoodje spelen’.
In de jaren negentig deed het fenomeen ‘Bekende Nederlander’ zijn intrede en moesten er plotseling plaatsen worden gereserveerd voor mensen die niets met het tot stand komen van de film te maken hadden en die mij ook vaak totaal onbekend voorkwamen.
Maar, zo werd me verzekerd, ze zijn belangrijk voor de publiciteit. Zonder Bekende Nederlanders op de rode loper laten fotografen, televisieploegen en andere pers het afweten.
Ook was het de bedoeling dat alle mannelijke gasten voortaan in een smoking kwamen opdraven en dat de dames een mooie avondjurk droegen, want dat deden ze in Hollywood immers ook.
Ik heb me in mijn leven ooit één keer laten verleiden tot het aantrekken van een smoking. Dat was toen ik in de jury zat van de Nederlandse Filmdagen - zo heette het Utrechtse Film Festival destijds - en toen kon ik er niet onderuit, want al mijn mannelijke medejuryleden hadden wel met het apenpakje ingestemd.
Ik heb überhaupt nooit begrepen waarom mannen in het dagelijkse leven een pak aantrekken en een strop om hun nek strikken, en ik ben er daarom ook trots op dat alle premières van mijn films zonder de verplichte black tie-dresscode hebben plaatsgevonden.
Dat laatste was soms niet eenvoudig, want Tuschinski had op een gegeven moment de eis gesteld dat alle premières in het theater verplicht black tie moesten zijn. Dat heeft ooit bijna tot een handgemeen geleid met een overijverige bioscoopmedewerker die mij op de première van een bevriende regisseuse waar ik verscheen in mijn normale tenue de ville, ongevraagd van een vlinderdasje meende te moeten voorzien.
Voor mijn eigen premières ben ik toen maar uitgeweken naar het Circustheater in Den Haag en de Stopera. Beide prima plekken voor een filmpremière en vooral aan de première van Sint in de Stopera bewaar ik goede herinneringen.
Dat we voor Prooi weer in Tuschinski terechtkwamen, had te maken met het versoepelde black tie-beleid en het feit dat de tram - speciaal ingehuurd om de crew en cast te vervoeren - voor de deur van het theater kon stoppen.
Bij de Stopera lag de halte een stuk verder weg. Zou wel een mooie lange rode loper hebben opgeleverd.
= = = =
deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 23 januari 2019
Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen?
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
Dat er met het schrijven van scripts geld te verdienen is, merkte ik voor het eerst toen ik na mijn studie op de Filmacademie benaderd werd door Haig Balian en Chris Brouwer. Die hadden toen als producenten een samenwerkingsverband met Pieter Goedings, distributeur van artfilms en exploitant van The Movies, het arthousebioscoopje op de Haarlemmerdijk in Amsterdam.
Hoe de constructie precies in elkaar zat weet ik niet meer, maar de vraag was of ik samen met Pieter een script wilde schrijven. Pieter had namelijk allerlei ideeën voor een lange speelfilm, en ik moest die stroomlijnen tot een bruikbaar filmscript. Ik ontving daar dan honderd gulden per pagina voor. Waar het verhaal precies over ging is me ontschoten, maar het was iets met een paar meiden die in Frankrijk op vakantie gingen en er moest veel seks in, want dat vond Pieter leuk, en ik ook, dus het was een aangename opdracht.
Pieter boerde goed met zijn kleine bioscoopje. Hij zat vaak zelf achter een tafeltje in de hal de kaartjes te verkopen en hij had een eenvoudige doch geniale truc bedacht. Op elk bioscoopkaartje had hij met viltstift het door de bioscoopbond voorgeschreven bedrag met een gulden verhoogd. Die gulden stak hij vervolgens in zijn zak en vanuit de aldus ontstane berg zwart geld werden arme scenarioschrijvers zoals ik betaald.
Waarom het script nooit is afgemaakt, weet ik niet meer. Het was lastig om enige samenhang in de brei van ideeën van Pieter te krijgen, en na een pagina of twintig werd het wel duidelijk dat het script nooit tot een film zou leiden.
Verdiende ik met het script voor Pieter tenminste nog geld, het komt veel vaker voor dat er helemaal niets wordt verdiend. Van scenarioschrijvers wordt vaak verwacht dat ze veel onbetaalde tijd steken in het uitwerken van ideeën, het schrijven van treatments, of het ontwikkelen van voorstellen voor allerlei prijsvragen. En dan is het altijd afwachten of een van die projecten ooit het witte doek haalt.
Ik heb zelf tientallen scripts op de plank liggen die allemaal om een of andere reden niet zijn doorgegaan.
Is dat jammer? Soms wel. Een afgebroken project met Adje - destijds de sidekick van Paul de Leeuw - had een aantal van de grappigste scènes die ik ooit heb geschreven.
Een thriller over een chirurg die zijn seriemoordende tweelingbroer op het spoor komt, was dermate morbide dat de Kijkwijzer waarschijnlijk een speciale categorie in het leven had moeten roepen.
Een grote spectaculaire actiefilm over een kapster die een dubbelleven leidt als geheim agent, vind ik zelf een van de beste dingen die ik ooit heb geschreven.
De redenen waarom projecten niet doorgaan zijn vaak onduidelijk, duister, onbegrijpelijk en vrijwel altijd jammer.
Maar hé, het is 2019. Een nieuw jaar met nieuwe voornemens. En jezelf ongegeneerd promoten hoort daar ook bij.
Het wordt een spannend filmjaar. Dat voel ik gewoon. Filmliefhebbers met zwart geld kunnen zich bij mij melden.
= = = =
deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 9 januari 2019
Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen?
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
NOTULEN BIJEENKOMST VERONTRUSTE FILMMAKERS
Locatie Sociëteit Het Diepe Dal
Aanwezig Vrijwel iedereen die ertoe doet in de Nederlandse filmwereld.
Afwezig met bericht J.G.
Afwezig zonder bericht Fons Rademakers, Bert Haanstra
Onderwerp Het redden van de Nederlandse Filmcultuur
1. Opening
Babette heet de vergadering welkom. Alle leden zijn aanwezig. De actiebereidheid is groot.
2. De hesjes
Maarten stelt rode hesjes voor. Rob vindt oranje hesjes meer voor de hand liggen. De door Rob voorgestelde opdruk ‘Soldaat van Oranje 2’, wordt minder gewaardeerd.
San Fu dacht nog zwarte hesjes over te hebben uit de productie van Zwartboek, maar daar bleek net beslag op te zijn gelegd door een Duitse coproducent. Bovendien vindt Paula zwarte hesjes discriminerend.
Nouchka stelt voor hesjes zelf te gaan breien. Ze heeft in de Linda een regenboogpatroon gevonden. Maar ook daar is geen meerderheid voor te vinden. Bovendien bekt regenbooghesjes niet lekker.
Els weet nog een adresje in Groenland waar vanwege een interessante taxshelterconstructie hesjes voor het belachelijk vriendelijke bedrag van 3 eurocent gemaakt worden. Maar dan moeten er wel meteen 5000 besteld worden. En ze ruiken wel heel erg naar zeehond.
De vergadering besluit de beslissing over de hesjes tot een nader tijdstip uit te stellen.
3. Actieplan
Er is een algemeen gevoel dat er iets geblokkeerd moet gaan worden. Frank stelt een writer’s block voor. Dat is herkenbaar voor het merendeel van de aanwezigen. Wordt met algemene stemmen aangenomen.
Grote vraag is nu, wát er geblokkeerd moet worden. Verschillende doelen passeren de revue. Gemoederen lopen hoog op. De meeste aanwezigen willen ook iets in brand steken. Niet iedereen gaat daarin mee.
Will vraagt daarmee te wachten tot haar film uit de bioscoop is. Dat vinden velen te lang duren. De films van Will draaien meestal een jaar in de bioscoop.
Dave stelt voor een aanvraag bij het Filmfonds te doen om hun gebouw te bezetten. Iedereen vindt dat een goede suggestie, maar niemand van de aanwezigen heeft tijd en zin het aanvraagformulier in te vullen. Bovendien wordt er van het filmfonds weinig medewerking verwacht en is de kans op een afwijzing erg groot. Daarbij komt ook nog eens de eis dat je als aanvrager de laatste vijf jaar minstens één keer iets in brand moet hebben gestoken of geblokkeerd moet hebben.
De vergadering besluit de beslissing over de aard van de actie tot een nader tijdstip uit te stellen.
4. Rondvraag en sluiting
Jean vraagt waarom er eigenlijk actie gevoerd moet gaan worden. Dat doen de Denen toch ook niet.
Een onbekende man in een geel hesje informeert waar en hoe laat de sectorbrede nieuwjaarsborrel plaatsvindt. Hij ruikt naar benzine.
De vergadering besluit de beslissing over het wel of niet redden van de Nederlandse filmcultuur tot een nader tijdstip uit te stellen.
Babette sluit de vergadering om 20.15 uur en wenst iedereen een prettig 2019.
De plechtigheid wordt besloten met koffie en cake.
= = = =
deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 12 december 2018
Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen?
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
Wat velen niet weten, maar ik des te beter, is dat ik ook nog eens figurant ben geweest in mijn jonge jaren.
Zo was ik ooit de enige voorbijfietsende figurant tijdens een live-uitzending vanuit Amsterdam tijdens de Oscars, toen Diana Ross midden in de nacht Theme from Mahogany moest playbacken.
Dat dat optreden me zonder kleerscheuren afging, mag opmerkelijk worden genoemd, want de geleende damesfiets waarop ik reed, was niet al te solide en een door een gebroken ketting veroorzaakte valpartij op een steile brug tijdens een live-uitzending bij de Academy Awards zou ongetwijfeld het einde hebben betekend van mijn Oscarkansen.
Gelukkig had ik als figurant al ervaring opgedaan bij een curieuze Franse film, die geheel in Amsterdam werd opgenomen: Barocco.
De hoofdrollen werden vertolkt door Isabelle Adjani en Gérard Depardieu en een kans om samen met die beroemde acteurs in een film vereeuwigd te worden, kon ik me natuurlijk niet laten ontgaan. En zo stond ik enkele dagen later samen met een vriend op een guur winderig spoorwegemplacement.
De regisseur riep op de raarste momenten ‘moteur’ - dat is Frans voor ‘camera’, oftewel de cameraman moet dan de camera aanzetten - maar meestal was niemand dan nog klaar voor de opnamen, zeker de cameraman niet en ook de acteurs waren in geen velden of wegen te bekennen.
De regisseur was ziek en had hoge koorts, dat was duidelijk te zien, maar dan moet je ook maar niet van die krachtige windmachines neerzetten, leek me. Maar goed, dat was vanwege de gemoedstoestand van het personage dat Isabelle Adjani vertolkte, begreep ik later. Die was in de war, dus het weer ook. Barocco was een artistieke film, dat was wel duidelijk. En daar moest je verre van blijven, besloot ik, want daar kon je doodziek van worden.
En met acteurs mocht je je ook niet bemoeien. Dat had Hans Kemna, die de figuratie deed, ons op het hart gedrukt.
Maar een van de andere hoofdrolspelers, Jean-Claude Brialy, begon zich met mijn vriend - het moet gezegd, een knappe verschijning - te bemoeien. Na afloop van de opnamen van een scène op het kantoor van een krantenredactie, waarbij ik steeds verder van de camera en mijn vriend steeds duidelijker in beeld werd geplaatst, nodigde Jean-Claude mijn vriend uit op zijn hotelkamer. Op zijn verzoek heb ik hem daarbij vergezeld, want je ontmoet niet elke dag een beroemde Franse acteur en een diepgravend gesprek over de Franse filmcultuur was ook nooit weg.
Het was heel gezellig, totdat Jean-Claude zijn armen om ons heensloeg en ons toevertrouwde dat hij als laatbloeier op zijn veertigste de herenliefde had ontdekt. Wij waren nog lang geen veertig, hebben hem dan ook vriendelijk bedankt en zijn ijlings vertrokken.
Voor figurant was ik niet in de wieg gelegd. Dat begreep ik dan ook wel weer.
= = = =
deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 28 november 2018
Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen?
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
Jeetje, als ik geweten had dat het zo makkelijk was, dan had ik zelf ook een mailtje naar Pathé gestuurd. Of ze even 5 miljoen voor m’n nieuwe film wilden overmaken.
Al jaren wordt er gepraat over heffing aan de bron, maar de criminelen die het bioscoopconcern 19 miljoen afhandig wisten te maken met valse emails, hadden wel een erg makkelijke shortcut gevonden.
Dat er zo eenvoudig zo’n enorm bedrag vanuit de rekening courant naar Dubai kon worden overgemaakt, zegt wel iets over de riante geldstromen die in het concern rondgaan.
Dat bioscoopexploitanten en distributeurs het meeste verdienen in de exploitatieketen is inmiddels algemeen bekend. Maar ja, die zitten dan ook op hoge kosten. Er moeten nieuwe zalen uit de grond gestampt worden, plaatselijke overheden worden omgekocht en de Rolls-Royces en Maybachs in de hobbywerkplaats zijn hard toe aan een nieuwe opknapbeurt.
Producenten en makers zien weinig terug van de opbrengsten aan de kassa, zelfs niet als hun film een groot succes is. Hen rest niet anders dan weer aan te kloppen bij het Filmfonds. Een instituut dat jaarlijks 3.4 miljoen euro kost en dat inmiddels meer dan dertig mensen in vaste dienst heeft om aanvragen en bezwaarprocedures af te handelen.
Dat het verdelen van subsidie heeft geleid tot een instituut met een bureaucratisch waterhoofd is jammer, misschien zelfs wel zorgelijk.
Wat het effect is van subsidie op de Nederlandse filmindustrie, werd onlangs in opdracht van het Filmfonds onderzocht door het Britse onderzoeksbureau Olsberg SPI.
De semi-automatische incentive-regeling - een van de belangrijkste vormen van subsidie - die in 2014 door het Filmfonds in leven is geroepen om de productieactiviteit in Nederland te stimuleren, was nodig toe aan een evaluatie. Is de filmsector er blij mee? En waarom dan wel of niet?
Dat het instituut van Jonathan Olsberg - een oude kennis van Filmfondsdirecteur Doreen Boonekamp - in het verleden gesponsord is door het Filmfonds, mag een objectieve, onafhankelijke evaluatie natuurlijk niet in de weg staan.
Dat de conclusies in het rapport niet al te jubelend zijn en dat het Filmfonds zichtbare moeite heeft de effecten positief uit te leggen, is des te opmerkelijker omdat degenen die door de onderzoekers werden geraadpleegd, voornamelijk bestonden uit producenten en bedrijven die van de incentive-regeling gebruik hadden gemaakt.
De producenten die niet voor de regeling in aanmerking kwamen - het Filmfonds heeft daar strenge regels voor - werd niks gevraagd.
Het is een beetje als de prijswinnaars van de Postcodeloterij vragen of ze blij zijn met de Postcodeloterij.
Als blijkt dat de mails naar Pathé afkomstig waren van buitengesloten producenten, dan is dat ook weer te begrijpen. En wat mij betreft voor herhaling vatbaar.
= = = =
deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 14 november 2018
Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen?
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html
Een van de eerste keren dat ik een blote scène in een script schreef was in een script voor een tv-spel genaamd Comeback, een tv-spel onder regie van Hank Onrust voor de TROS. Cox Habbema moest bloot onder de douche vandaan komen. Of dat belangrijk was voor de scène zou ik niet meer weten, maar Cox zag er bloot goed uit, dus mijn wedervraag luidt: waarom niet?
De studio in Hilversum was op dat moment voor de duur van de scène de best bewaakte studio van Nederland, want alle brandwachten en beveiligers waren ruim bijtijds voor de opnamen in de studio aanwezig. Ik weet zeker dat dat Cox een heel veilig gevoel gaf.
Minder goed bewaakt was een korte film, Idylle, die ik een jaar later voor de VPRO in de Bijlmer opnam. Geld voor beveiligers was er natuurlijk niet en de nachtelijke opnamen in parkeergarages werden gemaakt met gevaar voor eigen leven.
De seksscène lukte wonderwel zonder security, maar de investering in een condoom - en een mannelijke hoofdrolspeler met een kleiner libido - zou de veiligheid ongetwijfeld geholpen hebben en in elk geval kledingkosten hebben uitgespaard, want nu moesten we de van de Society Shop geleende broek aanschaffen omdat er vlekken op zaten. En we hadden al zo’n krap budget.
Het filmpje - waarin een man en een vrouw een verkrachting naspelen - leidde na uitzending tot de nodige controverse. In een radioprogramma van Felix Meurders moest ik me verdedigen tegen een of andere vrouwenclub en Freek de Jonge belde me op met de vraag of ‘dat filmpje niet een vergissing was’. Beiden hadden het filmpje kennelijk niet begrepen.
De seksscène in Flodder waarin Tatjana met haar broer in bed ligt, bracht heel andere problemen met zich mee. Tatjana had vlak voor de opnamen gevraagd of er niet een doekje tussen de intieme delen van haar en René kon worden gelegd.
Een handdoek zou te opvallend zijn dus werd er besloten een stuk uit het beddenlaken te knippen. Dat had dezelfde kleur en zou minder opvallen.
In de scène worden de beide Kezen gestoord in hun vrijerij door Ma Flodder. Volgens het script moest Zoon Kees vervolgens soepel uit bed springen en naakt naar zijn eigen kamer rennen.
Het uit bed springen ging minder soepel dan gepland omdat René met zijn voet in het gat van het laken bleef vastzitten. In de film zie je hem bijna struikelen.
Pas na de opname van het shot, én nadat ik René had uitgefoeterd omdat hij zo onhandig uit het bed was gesprongen en daardoor bijna de opname had verpest, begreep ik wat er aan de hand was geweest.
Goede seks in film vergt, net als seks in het echte leven, veel oefening. Maar ook veel voorbereiding.
Betaalzender HBO heeft onlangs een intimacy coordinator in het leven geroepen, iemand die de acteurs op de set bijstaat tijdens seksscènes. Dat lijkt me ook in Nederland geen overbodige luxe.
= = = =
deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 31 oktober 2018
Meer interessante informatie over het wel en wee van de Nederlandse film lezen?
Meer anekdotes en tips en trucs over het maken van film in Nederland?
Lees het in:
'Buurman, wat doet u nu?'
Het onmisbare boek voor iedereen die van film houdt.
Hier verkrijgbaar:
https://parachute.vrijeboeken.com/book/9789082070422-buurman-wat-doet-u-nu.html