donderdag 31 mei 2018

Leentjebuur

Plagiaat, altijd lastig. Wanneer wel, wanneer niet, wanneer een beetje? Elk liedje is al eens gemaakt en elk verhaal al eens verteld. Wat overblijft zijn variaties op bekende melodieën en thema’s.

Tien jaar geleden heb ik een comedyserie over een luchtvaartmaatschappij gepitcht bij Fox Television in Amerika. Dat Fox dit jaar met de serie LA to Vegas komt, een serie die verdacht veel weg heeft - zeker qua setting - van mijn serie Achter de Wolken, kan natuurlijk toeval zijn. Misschien ook niet, maar plagiaat is dan een te groot woord.

Dat Guillermo Del Toro met The Shape Of Water onder vuur lag kwam niet onverwacht. Wie de korte film The Space Between Us van de Nederlandse Filmacademie heeft gezien, moet toegeven dat de overeenkomsten wel erg groot zijn.
Dat de Filmacademie na een gesprek tussen de makers en Del Toro met een verklaring kwam die elke overeenkomst tussen de twee films als louter toeval afdoet, maar die gezien zijn juridische toon gedicteerd lijkt door de advocaten van Del Toro, maakt het nog verdachter.
Maar Del Toro zat natuurlijk in een spagaat. Toegeven dat hij of een van zijn medewerkers op de hoogte was van de Nederlandse film zou natuurlijk een grote schadeclaim en prestigeverlies opleveren. Hij had geen keus en moest wel ontkennen.
Op de premiere van Sint werd ik tijdens een televisie interview met, ik meen, RTL-Boulevard geconfronteerd met een interviewer die ijverig allerlei stills uit oude horrorfilms had laten uitprinten. De boodschap was duidelijk: ik zou met Sint alleen maar leentjebuur bij andere films hebben gespeeld en alles bij elkaar gejat hebben. En hij zou me voor een miljoenenpubliek op televisie even ontmaskeren.
Nou is het vooral in genrefilms erg moeilijk om volstrekt origineel te blijven - hoeveel haunted house films zijn er wel niet? - maar op die manier kan je elke film in het verdachtenbankje schuiven.

Leen ik zelf nooit van anderen? Natuurlijk wel.
Dat ik de structuur van Jaws gebruikt heb voor De Lift, daar ben ik nooit geheimzinnig over geweest.
Dat de speedbootachtervolging in Amsterdamned erg veel lijkt op die in Puppet On A Chain is ook waar, alhoewel ik ooit in mijn jeugd alleen maar een fragment daarvan op televisie gezien had. En bovendien noemen we dat een hommage.
Flodder heeft wel erg veel weg van The Beverly Hillbillies, een tv-serie uit de jaren zestig.
Bij het schrijven heb ik daar nooit aan gedacht, maar het zat natuurlijk wel ergens onbewust in mijn achterhoofd.
En intussen is Flodder ook al weer gekopieerd zonder mij iets te vragen. In Zuid Amerika (Los Reyes, Los Roldan, Los Sanchez), Frankrijk (Les Tuche) en Italië (Poveri ma Ricchi).
Plagiaat? Natuurlijk, maar laten we het maar als een compliment beschouwen.



= = = =
 
 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 30 mei 2018

donderdag 17 mei 2018

Jubelberichten

Wat verdienen regisseurs? Wat verdienen scenaristen?
Wie verdient er aan een bioscoopfilm?

Toen ik jaren geleden voor mijn film Moordwijven op zoek was naar een groot plezierjacht, kwam ik terecht bij een van de grootste jachten in Europa, en hij was ook nog eens afgemeerd in een Nederlandse haven.
Ik parkeerde naast een Maybach - een wagen van rond de half miljoen - en kreeg een rondleiding van de booteigenaar, een bioscoopexploitant. De Maybach was ook van hem.
Het bevestigde mijn vermoeden dat bioscoopexploitanten de meest vermogende schakels in de distributieketen zijn. Ik ken alleen maar welgestelde exploitanten.
Distributeurs zijn een goede tweede. Ik ken er een die er een verzameling Rolls-Royces op na houdt.
Producenten hebben het al een stuk minder makkelijk, om maar helemaal te zwijgen over regisseurs en scenaristen. Die zitten helemaal onderaan de voedselketen.

Niemand maakt me wijs dat exploitanten het zo slecht hebben. Toch dragen ze dat met verve uit en wisten onlangs een btw-convenant te bewerkstelligen waarin werd afgesproken dat ze geen 21 procent maar slechts 6 procent btw hoefden te betalen over een bioscoopkaartje.
Dat levert hen een voordeeltje van 30 miljoen op. Vijf daarvan worden in een pot (het Abraham Tuschinski Fonds) gestopt en toegewezen aan Nederlandse filmprojecten. De rest verdwijnt voor een groot deel in de zakken van de - meest buitenlandse - aandeelhouders van de bioscoopconcerns.
Het convenant - dat verdacht geruisloos in april werd gesloten - is geheel zonder inbreng van makers tot stand gekomen.
Ik denk dat die veel liever hadden gezien dat de btw weer naar 21 procent was gegaan. En dat de 30 miljoen die dan in de schatkist komt, direct bij regisseurs en scenarioschrijvers terecht komt zodat die tenminste weer eens wat films kunnen maken.

Niet alleen door het btw-convenant, maar ook via de - door het Filmfonds zelf bejubelde ‘Film Production Incentive’-regeling verdwijnen er miljoenen - via films als Dunkirk en The Hitman’s Bodyguard - naar het buitenland. Miljoenen die we ook niet meer terugzien.
De enigen die hiervan profiteren zijn de Nederlandse co-producenten die ingeschakeld worden om het geld binnen te harken en facilitaire bedrijven, hotels, en wat crew in assisterende functies.
Het zijn eigenlijk economische maatregelen die weinig helpen om de Nederlandse filmcultuur naar een hoger plan te brengen.
Nederlandse regisseurs en scenaristen hebben er al helemaal geen voordeel van.

In tegenstelling tot alle jubelberichten die het Filmfonds de laatste tijd naar buiten brengt over de Nederlandse filmsituatie, lijkt er mij weinig reden om te juichen.
Dat in 2016 het gemiddelde filmbudget van een Nederlandse speelfilm het laagst van Europa was, lijkt me eerder een nieuwsfeit om in de media ruim onder de aandacht te brengen.


= = = =
 
 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 16 mei 2018

donderdag 3 mei 2018

Mister Lul M’n Reet

‘What’s your name?’
‘Huub Stapel.’
‘Say it again?’
‘Huub Sta-pel.’
‘Staple? Never mind, we’ll change that.’

Huub en ik waren naar Cannes gekomen met een in allerijl ondertitelde kopie van De Lift.
De Amerikaanse producent Herman Cohen - bekend van I was a Teenage Werewolf - voorspelde Huub, na het zien van de film, een grote toekomst in Amerika, maar hij moest wel iets aan zijn naam doen. Die raad heeft Huub nooit opgevolgd. Over mijn naam hoorde ik hem niet. En van Herman Cohen hebben we verder ook niets gehoord.

De belangstelling voor De Lift was groot en toen de film dat weekend alle records in Nederland verbrak, werden er op de Marché in Cannes extra voorstellingen ingelast en ontstond er een bidding-war voor de wereldrechten die uiteindelijk door Warner Brothers gewonnen werd.
Het was ook meteen mijn laatste keer in Cannes.
Ik heb nooit begrepen wat de aantrekkingskracht van het festival was. In de tijd dat de Franse film nog wat voorstelde kon het zich nog enig prestige aanmeten, maar meer dan een jaarlijkse markt en ontmoetingsplaats om wat te netwerken en een welkom excuus voor buitenlandse filmmakers, sterren en aanverwanten om in het zonnetje te worden gezet is het tegenwoordig niet meer.
En mocht je film onverhoopt uitverkoren worden door de tamelijk chauvinistische organisatie voor een van de hoofd- of bijprogramma’s dan is het nog de vraag of je daar blij mee moet zijn.  Zelfs als Gouden Palm winnaar heb je geen zekerheid dat je naam goed geschreven wordt of zelfs langer dan voor de duur van het festival onthouden wordt.

Dat Amerikanen moeite hadden met mijn naam heb ik regelmatig gemerkt.
Sommigen stonden er op mij Richard te noemen. Ze keken dan altijd wat besmuikt als ik ze erop wees dat mijn naam Dick was, en dus graag zo genoemd wilde worden.
Mijn achternaam was ook vaak een dingetje. Die werd geregeld geschreven als Mass. Maar ja, dat krijg je met Amerikanen die denken dat ik een regisseur uit Denemarken ben.
Menigeen dacht dat mijn naam een pseudoniem was van een porno regisseur.
Dat mijn film Down in Amerika onder de titel The Shaft werd uitgebracht, hielp natuurlijk ook niet echt.
Het probleem met mijn voornaam begreep ik wel, maar dat mijn achternaam bepaalde liederlijke associaties opriep, daar kwam ik pas jaren later achter.
Inderdaad is Dick in Amerika een ander woord voor lul. En Maas kan een verbastering zijn van My Ass. Dus met een beetje slechte wil kan je mijn naam lezen als Lul m’n Reet.

En met zo’n naam kom je natuurlijk nooit in het hoofdprogramma van Cannes.

= = = =

 

 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 2 mei 2018
onder de titel 'Moeilijke naam'

donderdag 26 april 2018

MODDERGOOIEN

Probeer je als zzp’er nog wat bij te beunen door columns voor het Parool te schrijven, gaat de vrouw van de adjunct directeur van het Nederlands Filmfonds via Twitter even met modder gooien.
Waar haar aversie tegen mij vandaan komt kan ik slechts vermoeden, maar dat haar echtgenoot, George van Breemen, haar kennelijk niet heeft behoed voor dit verkeerde media optreden - had ik al gezegd dat de vrouw in kwestie zelf mediatraining geeft? - is eigenlijk nog vreemder.
Het Filmfonds en zeker de adjunct directeur dient toch de schijn van onpartijdigheid op te houden, ook al weten we dat dat lastig is.

Eigenlijk had ik het helemaal niet over het Filmfonds willen hebben. Ik had Het Parool beloofd dat ik voornamelijk op een positieve wijze het wel en wee van de Nederlandse film zou belichten, maar nood breekt wetten.

Het is helaas nu eenmaal zo dat de Nederlandse Film in een diep dal zit en dat het Filmfonds daar een van de belangrijkste oorzaken van is. In ieder geval hebben ze de macht om veranderingen te bewerkstelligen maar ontbreekt de wil en misschien ook wel de kunde om dat te doen.
Maar de zaken liggen ingewikkeld en een column is te kort om op een genuanceerde manier de koe bij de horens te vatten.

En waar zou ik het over moeten hebben?
Over dat het Filmfonds vrijwel al mijn projecten heeft afgewezen, waardoor ik op het moment geen film meer in productie heb?
Over de bureaucratische rijstebrijberg die er wacht als je een subsidie aanvraagt?
Over de inhoudelijke bemoeizucht die elke creativiteit doodt?
Dat elke producent door het fonds gezien wordt als een potentiële oplichter die er alleen maar op uit is om misbruik van de regelingen te maken?
Dat al die regelingen vooral ten gunste van de producent zijn en niet van de makers: de regisseur en de scenarioschrijver?
Dat een collega producent vanwege te veel kritiek op een zwarte lijst is geplaatst en nu nooit meer mag aanvragen?

Op 7 juni vindt er in het Ketelhuis weer het Voorjaarsoverleg plaats, de jaarlijkse debat- en bezinningsavond over brandende kwesties in de vaderlandse filmwereld. Ik hoop dat er dan spijkers met koppen geslagen worden en dat er niet - zoals in het afgelopen Najaarsoverleg in december - eindeloos gediscussieerd wordt over de bouwplannen van een aantal bioscoopconcerns.
Het kan beter gaan over een eerlijker verdeling van de inkomsten aan de bioscoopkassa, zodat er niet alleen meer bioscopen bijgebouwd kunnen worden maar waardoor makers ook kunnen profiteren van het groeiende bioscoopbezoek en de stijgende recettes.
En dat ze zich weer kunnen concentreren op hun eigenlijke werk: films maken. 

= = = =
 
 deze column verscheen ook in Het Parool van woensdag 25 april 2018

donderdag 19 april 2018

WETENSCHAPPELIJKE KEIHARDE PORNO

Na alle recente #Metoo verhalen over erotisch douchen en al dan niet vrijwillige vrijages tussen docenten en leerlingen op toneelscholen, lijkt de Filmacademie in de jaren dat ik erop zat een oase van eerzaamheid.
Je zou verwachten dat in de tijd van losbandigheid en seksuele vrijheid - in de zestiger jaren bevochten en in de zeventiger jaren in praktijk gebracht - er iets van had moeten doorsijpelen naar de Filmacademie - maar bij mijn weten speelden de erotische uitspattingen zich toch doorgaans af tussen de leerlingen onderling en meestal buiten de muren van het gebouw aan de Overtoom.

Oké, die ene leerlinge die een verhouding kreeg met een van de vaste docenten was natuurlijk opgevallen, maar dat vond niemand vreemd en eigenlijk waren we ook wel blij dat de bewuste docent, die tot dan toe het grootste deel van zijn vrije tijd in een nabijgelegen kroeg doorbracht, het geluk had gevonden en in minder alcoholisch vaarwater was terecht gekomen.

Maar verder is me nooit iets opgevallen wat niet door de beugel kon, en dat valt me dan weer tegen van mezelf want als aankomend filmmaker moet je toch oog hebben voor onmogelijke liefdes, stiekeme affaires en ongepaste avances.
Maar ik was natuurlijk te druk bezig om een beroemd regisseur te worden en dan moet je je prioriteiten stellen.

Het enige grensoverschrijdende gedrag dat ik meegemaakt heb was een amanuensis die me uitkafferde omdat het stencilapparaat niet was schoongemaakt.
En ik herinner me nu ook een scheldende secretaresse die totaal overspannen reageerde op een normale vraag (‘Zullen we straks iets gaan drinken?’). Maar misschien had die intussen wel iets grensoverschrijdends meegemaakt en was ik net de druppel die haar emmer deed overlopen.

Niet grensoverschrijdend maar wel heel raar was de les die Willem de Vogel - destijds directeur bij de Stichting Film en Wetenschap in Utrecht - op een gegeven moment meende te moeten geven.
De les bestond uit het vertonen van keiharde porno uit zijn eigen 8 millimeter collectie. Het mannelijke deel van de leerlingen zag dit als een welkome wake-up call. Het vrouwelijke deel was minder enthousiast over de filmcollectie van Willem.
Ik begreep later dat hij dit wel vaker deed. Hij zal er ongetwijfeld een wetenschappelijk draai aan gegeven hebben, maar die is mij even ontgaan tussen alle bezwete en met elkaar overhoop liggende lichaamsdelen.

Zelf ging hij tijdens de vertoning achter in de klas zitten. Ik heb me niet durven omdraaien om te zien wat hij daar deed. Als ik het wel had gedaan was dit stukje misschien een stuk smeuïger geworden.


= = = = 
deze column verscheen ook in Het Parool op woensdag 18 april 2018

donderdag 5 april 2018

HET TOEDELEDOKITEEVEE FONDS

Harry: ‘Emiel, met Harry. Wat doe je op het moment?’
Emiel: ‘Schrijven. Is bijna af. Wordt erg leuk.’
Harry: ‘Welk script is dat?’
Emiel: ‘Die comedy over die bankier die in gewetensnood raakt en al zijn geld aan liefdadigheid geeft. Heb ik je vorig jaar over verteld. Jij zou nog kijken of je er financiering voor kon vinden.’
Harry: ‘O ja, ik weet het weer. Nog niet gelukt.’
Emiel: ‘Vorig jaar zei je dat het geen probleem zou zijn.’
Harry: ‘Markt is helemaal veranderd. Alles boven de twee miljoen budget wordt moeilijk. En die liefdadigheidsinstellingen liggen nu ook een beetje onder vuur. Heb je niks met criminelen?’
Emiel: ‘Een script bedoel je?’
Harry: ‘Idee of script. Je had toch iets met zeerovers?’
Emiel: ‘ Ja, dat speelt in de Gouden Eeuw.’
Harry: ‘Kan je daar geen Syrische asielzoekers van maken? Ze willen graag dat het aanhaakt bij de actualiteit.’
Emiel: ‘Wie wil dat?
Harry: ‘Het Toedeledokiteevee fonds. Er komt weer een nieuwe ronde aan, en ik dacht meteen aan jou.’
Emiel: ‘Ik kan toch geen asielzoekers in de Gouden Eeuw plaatsen.’
Harry: ’Tuurlijk niet, het moet wel in het nu spelen, dat is een van de eisen. Zelfde verhaal, veranderen we niks aan. Alleen nu met asielzoekers, of bootvluchtelingen. Maar dan wel criminele bootvluchtelingen; dus dat ze wat stelen of zonder kaartje reizen. Iemand verkrachten is natuurlijk helemaal goed. Als het maar maatschappelijke urgentie heeft. Dan kan ik er wat mee.’
Emiel: ‘Ja, ik weet niet…’
Harry: ‘Acht ton, tien draaidagen. Elf als we zonder make-up werken. Moet dan nog wel door de molen heen.’
Emiel: ‘Het is een prijsvraag?’
Harry: ‘Welnee. Een commissie maakt de uiteindelijke keus. Heel capabele mensen. Ze kiezen altijd voor kwaliteit. En dat lever jij als geen ander, kwaliteit.’
Emiel: ‘Tsja, ik zou toch liever m’n eigen script doen.’
Harry: ‘Komt nog wel. Maar die Gouden Eeuw, daar kan ik op dit moment niks mee.’
Emiel: ‘Ik heb hier nog wel dat script liggen wat je vorig jaar niet wou indienen.’
Harry: ‘Help me even. Waar ging dat ook weer over?’
Emiel: ‘Seksuele intimidatie op de werkvloer. Speelde in de film en TV wereld.’
Harry: ‘O ja. Die actrice die bij elke casting uit de kleren moest. Was een beetje ongeloofwaardig.’
Emiel: ‘Actueel onderwerp inmiddels, lijkt me. Ik was er zelf heel blij mee.’
Harry: ‘Hmm… Is niet het thema van de nieuwe reeks. Kan je van die actrice geen bootvluchteling met een gendercrisis maken? En van die regisseur een teruggekeerde militair met PTSS? Dan heeft het toch iets crimineels.’
Emiel: ‘Ik weet niet, wordt toch iets anders…’
Harry: ‘En als het zich afspeelt in Oost Groningen, dan kan ik er wat mee.’


= = = = 
deze column verscheen ook in Het Parool

dinsdag 23 januari 2018

MALLE LIJSTJES… NOG MALLERE MAKERS



Op 23 november van vorig jaar signaleerde ik de malle lijstjes die filmcommissioner Bas van der Ree op de site van het Filmfonds had gezet. 
Lijstjes gebaseerd - op filmprijzen - die een rangorde aangaven voor regisseurs, productie- en andere facilitaire bedrijven en filmprofessionals. Lijstjes die buitenlandse partijen onder ogen krijgen als ze zich orienteren op de vaderlandse filmindustrie.
Buiten het feit dat het niet de taak is van het Filmfonds om een kwaliteitsoordeel te geven, is het baseren van zo’n oordeel op behaalde prijzen waar bedrijven en professionals aan meegewerkt hebben – dus niet eens zelf gekregen hebben - natuurlijk te zot voor woorden.
De bakker waar ik mijn brood koop kan nu ook wel vier Gouden Kalveren op zijn lijstje zetten.

Gelukkig zagen alle makers bijtijds in dat dit wel een heel vreemde, maar ook schadelijke, manier was om jezelf te presenteren aan het buitenland - vooral omdat de lijst verre van compleet is en alle prijzen over één kam geschoren worden. Zo is een Oscar evenveel waard als een prijs op een kinderfestival in Tadzjikistan- en verzochten ze Bas van der Ree dan ook vriendelijk doch dringend om de website ogenblikkelijk aan te passen en alleen objectieve informatie te verstrekken…

Oh nee… ik vergis me… dat was niet wat er gebeurde…

… Nederlandse filmmakers gingen voortvarend aan de slag, diepten uit de donkere krochten al hun prijzen op en pasten de website in hun voordeel aan. Trots pronken bedrijven en makers nu met prijzen van films waaraan ze meegewerkt hebben. Tevreden zien ze zich stijgen in de pikorde.

Malle lijstjes… malle makers. Dat klopt dan weer wel.

Je vindt de malle lijstjes hier:
(https://filmcommission.nl/crew-and-facilities/?g=124)

zondag 5 november 2017

KANNIBALEN


Dat de nood onder de Nederlandse filmmakers hoog is, blijkt uit het feit dat 130 regisseurs een aanvraag hebben gedaan voor een financiële bijdrage bij het zogenaamde DirectorsNL Fonds (een onderdeel van het VEVAM Fonds).

Ze realiseren zich waarschijnlijk niet dat ze hiermee kannibaliseren op de repartitiegelden waar hun mederegisseurs - als aangeslotenen bij de VEVAM -  recht op hebben



De Vevam is een organisatie die auteursrechtelijke vergoedingen onder de aangesloten regisseurs moet verdelen.
Van het geld dat er bij de Vevam binnenkomt gaat een deel af als administratiekosten en 5% gaat naar het zogenaamde VEVAM Fonds
Zo’n fonds zien we bij meer beheersorganisaties en is bedoeld voor het financieel ondersteunen van sociale, culturele en educatieve projecten waarmee de positie van regisseurs in het algemeen versterkt wordt.

De SoCugelden zijn nooit bedoeld om op subjectieve basis bijdragen te verstrekken aan een selectie van de aangesloten regisseurs.

Toch is dat wat het VEVAM fonds sinds 2017 meent te moeten doen en heeft daartoe het DirectorsNL Fonds opgericht. Tweehonderduizend euro wordt verdeeld onder de aanvragers.
Volgens het eerste verslag heeft een niet nader benoemde commissie (waarom wordt er niet vermeld wie er in die commissie zitten?) aan 47 regisseurs in het eerste half jaar van het bestaan van de regeling een bijdrage verstrekt.

De VEVAM lijkt behoorlijk van haar oorspronkelijke doelstelling te zijn afgedwaald en lijkt nu ook nog eens Filmfondsje te willen gaan spelen. Alsof het goed beheren en uitkeren van repartitiegelden niet al genoeg tijd en energie vergt.

Bezwaren tegen de regeling worden weggewuifd met verwijzing naar de reglementen. Maar… dat iets is toegestaan op grond van de reglementen hoeft toch nog niet te betekenen dat je het ook moet doen?

In een toelichting over de besluitvorming – wie wel en wie niet een bijdrage krijgt - staat ook nog eens dat de commissie en het bestuur geen verantwoording over de keuzes hoeft af te leggen. Machtsmisbruik en vriendjespolitiek liggen op de loer.

Wie de uitverkoren regisseurs zijn staat niet ook vermeld in het eerste verslag over de nieuwe regeling. Ik had wel graag willen weten wie er met een deel van mijn auteursrechtelijke vergoedingen vandoor is gegaan.

Maar ik zal ze niks kwalijk nemen - mijn mederegisseurs – behalve misschien dat ze wat naïef geweest zijn.
De Nederlandse film is in het Andes gebergte neergestort en het was een kwestie van tijd voordat we de tanden in elkaar zetten.

De VEVAM daarentegen moet snel ophouden met deze rare hobby en zich op zijn oorspronkelijke taak richten.

De weg naar een gezonder filmklimaat en een betere positie voor makers is een lastige en het is heel begrijpelijk dat er af en toe een verkeerde afslag wordt genomen. Maar met een beetje moeite krijgen we het vliegtuig weer in de lucht.

zaterdag 21 oktober 2017

EEN JAAR ZONDER (NEDERLANDSE) POPCORN



Met het aanstaande Amsterdamned Filmfestival voor de deur, is het misschien een mooie gelegenheid voor wat bespiegelingen over de Nederlandse film en met name de genrefilm.



Een jaar geleden voorspelde ik dat Prooi voorlopig de laatste Nederlandse popcornmovie zou zijn. Dat was naar aanleiding van de tegenvallende bezoekersinteresse en het, als gevolg daarvan, verslechterende financieringsklimaat voor – in het bijzonder - genrefilms.



Helaas heb ik gelijk gekregen. Wat we aan Nederlandse films het afgelopen jaar in de bioscoop te zien kregen waren voornamelijk romcoms, kinderfilms, boekverfilmingen en wat low budget dramafilms.

De reden is simpel, die zijn goedkoop te maken. De meeste budgetten voor die films liggen tussen de één en twee miljoen euro. En dat is nog wel bij elkaar te sprokkelen.

De films met hogere budgetten zijn films die het geluk hadden als Telescoopfilm te worden bestempeld. Of het zijn de films, zoals Brimstone (ook een Telescoopfilm trouwens), die via een lang en lastig internationaal financieringstraject hun budget bij elkaar hebben gekregen.



Een Nederlandse genrefilm heb ik het afgelopen jaar niet gemaakt zien worden. En ook de toekomst lijkt somber. Afgaande op de subsidies die het Nederlands Filmfonds verstrekt zie ik behalve Redbad (Telescoopfilm), die je met een beetje goede wil een popcornmovie zou kunnen noemen, niets in de maak.



Om dicht bij huis te blijven. Mijn script van Para, een grote actiefilm, is zes jaar geleden door het filmfonds afgewezen. Dat is jammer, want in die zes jaar was het me misschien wel gelukt de 5 miljoen euro die de film nodig had, bij elkaar te krijgen. Nu is dat zo goed als uitgesloten.



Gratis films

Helaas zijn we voor financiering nog steeds afhankelijk van het Filmfonds.

Af en toe duiken in de media berichten op dat een nieuw financieringstraject zonder het fonds mogelijk zou zijn. Dan worden er voorbeelden genoemd van films – zoals Misfit – die voor een paar ton gemaakt zouden zijn. ‘Zie je wel’, is dan de optimistische conclusie, je kan voor weinig geld films maken.



Natuurlijk kan je voor weinig geld films maken. Weinig draaidagen, kleine crew, en vooral iedereen weinig of niets betalen.

Zo kan je ook gratis een krant maken. Vragen of de journalisten gratis hun stukjes willen schrijven en de drukker voor niks wil drukken. ‘Zie je wel’, een krant hoeft helemaal niet zo duur te zijn.



Het vervelende van dit soort in de media geventileerde opvattingen is, dat – zo bleek al in het verleden – de politiek hier gretig op inspringt, en weer een argument heeft om te beknibbelen op filmsubsidies.



Dus even voor de duidelijkheid: een speelfilm waarin iedereen normaal betaald wordt en die een minimale technische en artistieke kwaliteit heeft (dus bijvoorbeeld niet opgenomen met een iPhone en geacteerd door leden van toneelclub ‘Jan Klaassen & Katrijn’) kost gewoon minimaal 1 miljoen.

En een genrefilm, met zijn visuele effecten en stunts, zit al gauw ruim boven de 2-3 miljoen.

(voor degenen die een wat uitgebreidere uitleg willen hebben, raad ik mijn boek ‘Buurman, wat doet u nu?’ aan)



Tax Incentive

Zonder Filmfonds is dat budget niet bij elkaar te krijgen. Maar met het Filmfonds ook niet, want het Filmfonds geeft niet meer dan 50% van het budget. Die andere 50% moet uit de markt (distributeur, televisie) komen. En anderhalf miljoen financieren via marktpartijen is op dit moment onmogelijk. Voor privé investeerders is het investeren in film uiterst onaantrekkelijk.



De tax incentive helpt hierbij niet, want die valt in de 50% overheidssteun.

Er had natuurlijk -  naar Belgisch voorbeeld – een tax shelter moeten komen. Die valt immers in het marktdeel.

Toen de steunmaatregel een paar jaar geleden in ontwikkeling was, heb ik daarvoor gepleit, maar Doreen Boonekamp (directeur Filmfonds) en politici als Vera Bergkamp, - die betrokken waren bij het opzetten van de regeling - dachten destijds dat de Belgische taxshelter ook als overheidssteun te bestempelen was. Het lijkt er dus op dat op verkeerde gronden voor de tax incentive regeling is gekozen.



Gevolg

Het gevolg van deze keuze is dat – om het budget rond te krijgen – Nederlandse filmers in België het geluid zitten af te werken en de Belgen hier in Nederland.  We passeren elkaar bij Breda.

En intussen halen buitenlandse filmproducties het geld – miljoenen - van de Tax Incentive op. (hoeven ze in tegenstelling tot Nederlandse producenten ook nog eens niet terug te betalen)



Oplossing

Hoe zorgen we ervoor dat er weer popcornmovies gemaakt kunnen gaan worden? En niet alleen popcornmovies maar ook de andere wat duurdere films. Is er een oplossing? Natuurlijk. De belangrijkste maatregelen zouden zijn:

1.     Heffing aan de bron bij de bioscoopexploitanten (die verdienen het meest in de exploitatieketen) 

2.     Verhoging van de staatsteun naar 70% (hoogte staatsteun is geen Europees beleid, dat mag het Nederlands Filmfonds gewoon zelf beslissen.)

3.     Maak investeren in film aantrekkelijker.



Simpel toch. Heb ik al jaren geleden gezegd. Maar wie luistert er nou naar mij?