donderdag 19 april 2018

WETENSCHAPPELIJKE KEIHARDE PORNO

Na alle recente #Metoo verhalen over erotisch douchen en al dan niet vrijwillige vrijages tussen docenten en leerlingen op toneelscholen, lijkt de Filmacademie in de jaren dat ik erop zat een oase van eerzaamheid.
Je zou verwachten dat in de tijd van losbandigheid en seksuele vrijheid - in de zestiger jaren bevochten en in de zeventiger jaren in praktijk gebracht - er iets van had moeten doorsijpelen naar de Filmacademie - maar bij mijn weten speelden de erotische uitspattingen zich toch doorgaans af tussen de leerlingen onderling en meestal buiten de muren van het gebouw aan de Overtoom.

Oké, die ene leerlinge die een verhouding kreeg met een van de vaste docenten was natuurlijk opgevallen, maar dat vond niemand vreemd en eigenlijk waren we ook wel blij dat de bewuste docent, die tot dan toe het grootste deel van zijn vrije tijd in een nabijgelegen kroeg doorbracht, het geluk had gevonden en in minder alcoholisch vaarwater was terecht gekomen.

Maar verder is me nooit iets opgevallen wat niet door de beugel kon, en dat valt me dan weer tegen van mezelf want als aankomend filmmaker moet je toch oog hebben voor onmogelijke liefdes, stiekeme affaires en ongepaste avances.
Maar ik was natuurlijk te druk bezig om een beroemd regisseur te worden en dan moet je je prioriteiten stellen.

Het enige grensoverschrijdende gedrag dat ik meegemaakt heb was een amanuensis die me uitkafferde omdat het stencilapparaat niet was schoongemaakt.
En ik herinner me nu ook een scheldende secretaresse die totaal overspannen reageerde op een normale vraag (‘Zullen we straks iets gaan drinken?’). Maar misschien had die intussen wel iets grensoverschrijdends meegemaakt en was ik net de druppel die haar emmer deed overlopen.

Niet grensoverschrijdend maar wel heel raar was de les die Willem de Vogel - destijds directeur bij de Stichting Film en Wetenschap in Utrecht - op een gegeven moment meende te moeten geven.
De les bestond uit het vertonen van keiharde porno uit zijn eigen 8 millimeter collectie. Het mannelijke deel van de leerlingen zag dit als een welkome wake-up call. Het vrouwelijke deel was minder enthousiast over de filmcollectie van Willem.
Ik begreep later dat hij dit wel vaker deed. Hij zal er ongetwijfeld een wetenschappelijk draai aan gegeven hebben, maar die is mij even ontgaan tussen alle bezwete en met elkaar overhoop liggende lichaamsdelen.

Zelf ging hij tijdens de vertoning achter in de klas zitten. Ik heb me niet durven omdraaien om te zien wat hij daar deed. Als ik het wel had gedaan was dit stukje misschien een stuk smeuïger geworden.


= = = = 
deze column verscheen ook in Het Parool op woensdag 18 april 2018

donderdag 5 april 2018

HET TOEDELEDOKITEEVEE FONDS

Harry: ‘Emiel, met Harry. Wat doe je op het moment?’
Emiel: ‘Schrijven. Is bijna af. Wordt erg leuk.’
Harry: ‘Welk script is dat?’
Emiel: ‘Die comedy over die bankier die in gewetensnood raakt en al zijn geld aan liefdadigheid geeft. Heb ik je vorig jaar over verteld. Jij zou nog kijken of je er financiering voor kon vinden.’
Harry: ‘O ja, ik weet het weer. Nog niet gelukt.’
Emiel: ‘Vorig jaar zei je dat het geen probleem zou zijn.’
Harry: ‘Markt is helemaal veranderd. Alles boven de twee miljoen budget wordt moeilijk. En die liefdadigheidsinstellingen liggen nu ook een beetje onder vuur. Heb je niks met criminelen?’
Emiel: ‘Een script bedoel je?’
Harry: ‘Idee of script. Je had toch iets met zeerovers?’
Emiel: ‘ Ja, dat speelt in de Gouden Eeuw.’
Harry: ‘Kan je daar geen Syrische asielzoekers van maken? Ze willen graag dat het aanhaakt bij de actualiteit.’
Emiel: ‘Wie wil dat?
Harry: ‘Het Toedeledokiteevee fonds. Er komt weer een nieuwe ronde aan, en ik dacht meteen aan jou.’
Emiel: ‘Ik kan toch geen asielzoekers in de Gouden Eeuw plaatsen.’
Harry: ’Tuurlijk niet, het moet wel in het nu spelen, dat is een van de eisen. Zelfde verhaal, veranderen we niks aan. Alleen nu met asielzoekers, of bootvluchtelingen. Maar dan wel criminele bootvluchtelingen; dus dat ze wat stelen of zonder kaartje reizen. Iemand verkrachten is natuurlijk helemaal goed. Als het maar maatschappelijke urgentie heeft. Dan kan ik er wat mee.’
Emiel: ‘Ja, ik weet niet…’
Harry: ‘Acht ton, tien draaidagen. Elf als we zonder make-up werken. Moet dan nog wel door de molen heen.’
Emiel: ‘Het is een prijsvraag?’
Harry: ‘Welnee. Een commissie maakt de uiteindelijke keus. Heel capabele mensen. Ze kiezen altijd voor kwaliteit. En dat lever jij als geen ander, kwaliteit.’
Emiel: ‘Tsja, ik zou toch liever m’n eigen script doen.’
Harry: ‘Komt nog wel. Maar die Gouden Eeuw, daar kan ik op dit moment niks mee.’
Emiel: ‘Ik heb hier nog wel dat script liggen wat je vorig jaar niet wou indienen.’
Harry: ‘Help me even. Waar ging dat ook weer over?’
Emiel: ‘Seksuele intimidatie op de werkvloer. Speelde in de film en TV wereld.’
Harry: ‘O ja. Die actrice die bij elke casting uit de kleren moest. Was een beetje ongeloofwaardig.’
Emiel: ‘Actueel onderwerp inmiddels, lijkt me. Ik was er zelf heel blij mee.’
Harry: ‘Hmm… Is niet het thema van de nieuwe reeks. Kan je van die actrice geen bootvluchteling met een gendercrisis maken? En van die regisseur een teruggekeerde militair met PTSS? Dan heeft het toch iets crimineels.’
Emiel: ‘Ik weet niet, wordt toch iets anders…’
Harry: ‘En als het zich afspeelt in Oost Groningen, dan kan ik er wat mee.’


= = = = 
deze column verscheen ook in Het Parool

dinsdag 23 januari 2018

MALLE LIJSTJES… NOG MALLERE MAKERS



Op 23 november van vorig jaar signaleerde ik de malle lijstjes die filmcommissioner Bas van der Ree op de site van het Filmfonds had gezet. 
Lijstjes gebaseerd - op filmprijzen - die een rangorde aangaven voor regisseurs, productie- en andere facilitaire bedrijven en filmprofessionals. Lijstjes die buitenlandse partijen onder ogen krijgen als ze zich orienteren op de vaderlandse filmindustrie.
Buiten het feit dat het niet de taak is van het Filmfonds om een kwaliteitsoordeel te geven, is het baseren van zo’n oordeel op behaalde prijzen waar bedrijven en professionals aan meegewerkt hebben – dus niet eens zelf gekregen hebben - natuurlijk te zot voor woorden.
De bakker waar ik mijn brood koop kan nu ook wel vier Gouden Kalveren op zijn lijstje zetten.

Gelukkig zagen alle makers bijtijds in dat dit wel een heel vreemde, maar ook schadelijke, manier was om jezelf te presenteren aan het buitenland - vooral omdat de lijst verre van compleet is en alle prijzen over één kam geschoren worden. Zo is een Oscar evenveel waard als een prijs op een kinderfestival in Tadzjikistan- en verzochten ze Bas van der Ree dan ook vriendelijk doch dringend om de website ogenblikkelijk aan te passen en alleen objectieve informatie te verstrekken…

Oh nee… ik vergis me… dat was niet wat er gebeurde…

… Nederlandse filmmakers gingen voortvarend aan de slag, diepten uit de donkere krochten al hun prijzen op en pasten de website in hun voordeel aan. Trots pronken bedrijven en makers nu met prijzen van films waaraan ze meegewerkt hebben. Tevreden zien ze zich stijgen in de pikorde.

Malle lijstjes… malle makers. Dat klopt dan weer wel.

Je vindt de malle lijstjes hier:
(https://filmcommission.nl/crew-and-facilities/?g=124)

zondag 5 november 2017

KANNIBALEN


Dat de nood onder de Nederlandse filmmakers hoog is, blijkt uit het feit dat 130 regisseurs een aanvraag hebben gedaan voor een financiële bijdrage bij het zogenaamde DirectorsNL Fonds (een onderdeel van het VEVAM Fonds).

Ze realiseren zich waarschijnlijk niet dat ze hiermee kannibaliseren op de repartitiegelden waar hun mederegisseurs - als aangeslotenen bij de VEVAM -  recht op hebben



De Vevam is een organisatie die auteursrechtelijke vergoedingen onder de aangesloten regisseurs moet verdelen.
Van het geld dat er bij de Vevam binnenkomt gaat een deel af als administratiekosten en 5% gaat naar het zogenaamde VEVAM Fonds
Zo’n fonds zien we bij meer beheersorganisaties en is bedoeld voor het financieel ondersteunen van sociale, culturele en educatieve projecten waarmee de positie van regisseurs in het algemeen versterkt wordt.

De SoCugelden zijn nooit bedoeld om op subjectieve basis bijdragen te verstrekken aan een selectie van de aangesloten regisseurs.

Toch is dat wat het VEVAM fonds sinds 2017 meent te moeten doen en heeft daartoe het DirectorsNL Fonds opgericht. Tweehonderduizend euro wordt verdeeld onder de aanvragers.
Volgens het eerste verslag heeft een niet nader benoemde commissie (waarom wordt er niet vermeld wie er in die commissie zitten?) aan 47 regisseurs in het eerste half jaar van het bestaan van de regeling een bijdrage verstrekt.

De VEVAM lijkt behoorlijk van haar oorspronkelijke doelstelling te zijn afgedwaald en lijkt nu ook nog eens Filmfondsje te willen gaan spelen. Alsof het goed beheren en uitkeren van repartitiegelden niet al genoeg tijd en energie vergt.

Bezwaren tegen de regeling worden weggewuifd met verwijzing naar de reglementen. Maar… dat iets is toegestaan op grond van de reglementen hoeft toch nog niet te betekenen dat je het ook moet doen?

In een toelichting over de besluitvorming – wie wel en wie niet een bijdrage krijgt - staat ook nog eens dat de commissie en het bestuur geen verantwoording over de keuzes hoeft af te leggen. Machtsmisbruik en vriendjespolitiek liggen op de loer.

Wie de uitverkoren regisseurs zijn staat niet ook vermeld in het eerste verslag over de nieuwe regeling. Ik had wel graag willen weten wie er met een deel van mijn auteursrechtelijke vergoedingen vandoor is gegaan.

Maar ik zal ze niks kwalijk nemen - mijn mederegisseurs – behalve misschien dat ze wat naïef geweest zijn.
De Nederlandse film is in het Andes gebergte neergestort en het was een kwestie van tijd voordat we de tanden in elkaar zetten.

De VEVAM daarentegen moet snel ophouden met deze rare hobby en zich op zijn oorspronkelijke taak richten.

De weg naar een gezonder filmklimaat en een betere positie voor makers is een lastige en het is heel begrijpelijk dat er af en toe een verkeerde afslag wordt genomen. Maar met een beetje moeite krijgen we het vliegtuig weer in de lucht.

zaterdag 21 oktober 2017

EEN JAAR ZONDER (NEDERLANDSE) POPCORN



Met het aanstaande Amsterdamned Filmfestival voor de deur, is het misschien een mooie gelegenheid voor wat bespiegelingen over de Nederlandse film en met name de genrefilm.



Een jaar geleden voorspelde ik dat Prooi voorlopig de laatste Nederlandse popcornmovie zou zijn. Dat was naar aanleiding van de tegenvallende bezoekersinteresse en het, als gevolg daarvan, verslechterende financieringsklimaat voor – in het bijzonder - genrefilms.



Helaas heb ik gelijk gekregen. Wat we aan Nederlandse films het afgelopen jaar in de bioscoop te zien kregen waren voornamelijk romcoms, kinderfilms, boekverfilmingen en wat low budget dramafilms.

De reden is simpel, die zijn goedkoop te maken. De meeste budgetten voor die films liggen tussen de één en twee miljoen euro. En dat is nog wel bij elkaar te sprokkelen.

De films met hogere budgetten zijn films die het geluk hadden als Telescoopfilm te worden bestempeld. Of het zijn de films, zoals Brimstone (ook een Telescoopfilm trouwens), die via een lang en lastig internationaal financieringstraject hun budget bij elkaar hebben gekregen.



Een Nederlandse genrefilm heb ik het afgelopen jaar niet gemaakt zien worden. En ook de toekomst lijkt somber. Afgaande op de subsidies die het Nederlands Filmfonds verstrekt zie ik behalve Redbad (Telescoopfilm), die je met een beetje goede wil een popcornmovie zou kunnen noemen, niets in de maak.



Om dicht bij huis te blijven. Mijn script van Para, een grote actiefilm, is zes jaar geleden door het filmfonds afgewezen. Dat is jammer, want in die zes jaar was het me misschien wel gelukt de 5 miljoen euro die de film nodig had, bij elkaar te krijgen. Nu is dat zo goed als uitgesloten.



Gratis films

Helaas zijn we voor financiering nog steeds afhankelijk van het Filmfonds.

Af en toe duiken in de media berichten op dat een nieuw financieringstraject zonder het fonds mogelijk zou zijn. Dan worden er voorbeelden genoemd van films – zoals Misfit – die voor een paar ton gemaakt zouden zijn. ‘Zie je wel’, is dan de optimistische conclusie, je kan voor weinig geld films maken.



Natuurlijk kan je voor weinig geld films maken. Weinig draaidagen, kleine crew, en vooral iedereen weinig of niets betalen.

Zo kan je ook gratis een krant maken. Vragen of de journalisten gratis hun stukjes willen schrijven en de drukker voor niks wil drukken. ‘Zie je wel’, een krant hoeft helemaal niet zo duur te zijn.



Het vervelende van dit soort in de media geventileerde opvattingen is, dat – zo bleek al in het verleden – de politiek hier gretig op inspringt, en weer een argument heeft om te beknibbelen op filmsubsidies.



Dus even voor de duidelijkheid: een speelfilm waarin iedereen normaal betaald wordt en die een minimale technische en artistieke kwaliteit heeft (dus bijvoorbeeld niet opgenomen met een iPhone en geacteerd door leden van toneelclub ‘Jan Klaassen & Katrijn’) kost gewoon minimaal 1 miljoen.

En een genrefilm, met zijn visuele effecten en stunts, zit al gauw ruim boven de 2-3 miljoen.

(voor degenen die een wat uitgebreidere uitleg willen hebben, raad ik mijn boek ‘Buurman, wat doet u nu?’ aan)



Tax Incentive

Zonder Filmfonds is dat budget niet bij elkaar te krijgen. Maar met het Filmfonds ook niet, want het Filmfonds geeft niet meer dan 50% van het budget. Die andere 50% moet uit de markt (distributeur, televisie) komen. En anderhalf miljoen financieren via marktpartijen is op dit moment onmogelijk. Voor privé investeerders is het investeren in film uiterst onaantrekkelijk.



De tax incentive helpt hierbij niet, want die valt in de 50% overheidssteun.

Er had natuurlijk -  naar Belgisch voorbeeld – een tax shelter moeten komen. Die valt immers in het marktdeel.

Toen de steunmaatregel een paar jaar geleden in ontwikkeling was, heb ik daarvoor gepleit, maar Doreen Boonekamp (directeur Filmfonds) en politici als Vera Bergkamp, - die betrokken waren bij het opzetten van de regeling - dachten destijds dat de Belgische taxshelter ook als overheidssteun te bestempelen was. Het lijkt er dus op dat op verkeerde gronden voor de tax incentive regeling is gekozen.



Gevolg

Het gevolg van deze keuze is dat – om het budget rond te krijgen – Nederlandse filmers in België het geluid zitten af te werken en de Belgen hier in Nederland.  We passeren elkaar bij Breda.

En intussen halen buitenlandse filmproducties het geld – miljoenen - van de Tax Incentive op. (hoeven ze in tegenstelling tot Nederlandse producenten ook nog eens niet terug te betalen)



Oplossing

Hoe zorgen we ervoor dat er weer popcornmovies gemaakt kunnen gaan worden? En niet alleen popcornmovies maar ook de andere wat duurdere films. Is er een oplossing? Natuurlijk. De belangrijkste maatregelen zouden zijn:

1.     Heffing aan de bron bij de bioscoopexploitanten (die verdienen het meest in de exploitatieketen) 

2.     Verhoging van de staatsteun naar 70% (hoogte staatsteun is geen Europees beleid, dat mag het Nederlands Filmfonds gewoon zelf beslissen.)

3.     Maak investeren in film aantrekkelijker.



Simpel toch. Heb ik al jaren geleden gezegd. Maar wie luistert er nou naar mij?
















dinsdag 6 juni 2017

WAT VERDIENT DE REGISSEUR?

Nu de discussie over recoupment en salarissen weer oplaait, is het misschien verhelderend om eens te kijken wat ik daar in mijn boek 'Buurman, wat doet u nu?' over geschreven heb.

WAT VERDIENT DE REGISSEUR? 

Volgens de richtlijnen van de FERA (de vereniging van Europese filmregisseurs) mag een regisseur minimaal 3% tot 5% en maximaal 10% van het (bruto) budget verdienen. Ook in Amerika is dit het gebruikelijke percentage.
Een tijdje geleden vond het Filmfonds dat een regisseur niet meer dan €90.000 mocht verdienen.
Waar dat getal op gebaseerd was, weet ik niet, en waarom het Filmfonds alleen de salarissen van regisseurs (ook scenarioschrijvers) aan banden wilde leggen was ook onduidelijk. Want waarom dan ook niet de salarissen van cameramensen, art directors of editors?
Inmiddels is de €90.000 grens verdwenen, maar nog steeds bemoeit het Filmfonds zich met de hoogte van salarissen.
Salarissen ontstaan door marktwerking en de verantwoordelijkheid over de hoogte daarvan ligt bij de producent. Daar heeft het Filmfonds niets mee te maken.
Het is raadselachtig waarom het Filmfonds de internationale normen niet onderschrijft.
Heeft het fonds een punt? Krijgen regisseurs in verhouding tot andere crewleden teveel betaald?
Om dat te bepalen moeten we weten hoeveel werk een regisseur verricht.
Laten we eens een rekensommetje maken.



Totaal komt dat dus neer op zo’n 295 dagen. Daarbij is er geen rekening mee gehouden dat sommige werkuren in een overwerkregeling zouden moeten vallen. Na een achturige werkdag is het bijvoorbeeld gebruikelijk dat de eerste twee overuren 150% van het uurloon zijn en de volgende 200%. Als een regisseur, voor een film met een budget van 3 miljoen, €150.000 voor zijn werkzaamheden heeft ontvangen, komt dat dus neer op €508 (bruto) per dag. 

Dat is minder dan de cameraman die al gauw €1000 per dag ontvangt. Daarbij komt nog dat een regisseur niet meer dan één film in de twee à drie jaar maakt, en dan moet je nog een succesvolle regisseur zijn ook. 
Een regisseur werkt meestal een jaar aan de film (vaak langer) en dan is een bruto jaarsalaris van 150.000 niet erg veel. Regisseurs zijn meestal zzp’ers die van dat bedrag hun pensioen moeten opbouwen, moeten investeren in nieuwe projecten en de tijd dat ze niet werken moeten kunnen overbruggen. Als de regisseur evenveel zou verdienen als een cameraman, dan zou hij in dit voorbeeld dus €295.000 moeten krijgen.
Volgens de (inmiddels achterhaalde) normen van het fonds zou het €90.000 gedeeld door 295 is: €305 per dag moeten zijn. Dat is minder dan de €400 die zijn assistent, de 1st AD, gemiddeld krijgt. 
Je kan stellen dat mensen in de filmbranche in ieder geval meer verdienen dan het minimumloon (€ 70,37 per dag), en dat ze dus best tevreden mogen zijn.

MEEDELEN IN DE WINST

Het is gebruikelijk dat scenarioschrijvers en regisseurs, en soms ook hoofdrolspelers, een winstaandeel met de producent afspreken. Mocht de film dus echt winst gaan maken, iets dat heel weinig voorkomt bij de Nederlandse film, dan delen zij daarin mee. Tien procent is voor scenarioschrijvers en regisseurs een gebruikelijk percentage.

Je kan ook in je contract opnemen dat je een bedrag krijgt bij het behalen van een bepaald bezoekersaantal. Dat is vaak duidelijker; want je wil eigenlijk niet later de hele administratie van de producent doorploegen, ook al heb je daar recht op.

DEFERMENT

Je kan ook een deel van je salaris deferen. Dat wil zeggen dat je een deel van je salaris pas krijgt als de distributeur zijn investering terug heeft. Eigenlijk is dat dus een risicovolle investering want het is heel goed mogelijk dat je niks van die investering terugziet. 
Een deferment is vaak gunstiger dan een winstaandeel. Want het deferment krijg je nadat de distributeur zijn P&A en MG heeft terugverdiend. 
Je krijgt je geld in de zogenaamde 3e positie. In die positie recoupen alle investeerders van de film. In de 4e positie krijgt het Filmfonds zijn geld terug. En pas daarna komt de producent weer aan de beurt. 
Let dus goed op wat je doet want: 

Een deferment krijg je soms terug, maar een winstaandeel zit er vrijwel nooit in.


bron: 'Buurman, wat doet u nu?'





dinsdag 4 november 2014

GEZELLIG NAAR DE FILM





Handleiding in 17 stappen.

 

Eindexamenweek voorbij, samen met dochter van 17 naar de film. Quality time. 
Wanneer ben ik voor het laatst naar de bioscoop geweest? Ik kan het me niet meer herinneren. 
Wanneer heb ik voor het laatst een film illegaal gedownload? Juist...
Reden temeer om de kwakkelende middenstander te steunen.

1.
We kiezen een film. Annabelle in Pathé de Munt.

2.
Online kaarten bestellen lijkt een goed idee.

3.
Wachtwoord werkt niet. Nieuw wachtwoord aangevraagd.
Mededeling Pathé:

 
4.
Mooi. Opnieuw inloggen.
Mededeling Pathé:



5.
Herhaal stappen 3 en 4 nog een aantal keren.

6.
Geef het online bestellen van kaartjes op en ga naar de bioscoop.

7.
Koop twee kaartjes in de automaat.

8.
Koop popcorn en andere etenswaren.

9.
Begeef je met dochter naar de kaartjescontroleur.

10.
Denk eerst nog dat de jongeman een grapje maakt als hij zegt dat hij een ID van dochter wil zien.
Bij twijfel moet hij dat vragen, verontschuldigt hij zich. Hij is duidelijk een twijfelaar.
Dochter heeft ID niet bij zich. De poort naar Annabelle blijft gesloten.

11.
Probeer een twijfelende kaartjescontroleur niet te overtuigen. Bij twijfel moeten ze blijven twijfelen is de oekaze.

12.
Laat via WhatsApp een foto sturen van de ID die thuis ligt.
Toon de foto aan kaartjescontroleur. Die wil niet eens kijken. Mag niet van Pathé. Moet een echt kaartje zijn.
Dat Pathé niet echt zijn intrede in het digitale tijdperk heeft gedaan, hadden we al gemerkt bij het tevergeefs online bestellen. Maar terwijl je tegenwoordig via je iPhone kan inchecken bij elke luchthaven, is een digitale ID toch een brug te ver voor Pathé.

13.
Het inmiddels toegesnelde personeel blijft glimlachend de bezwaren aanhoren en vermoedt waarschijnlijk dat we het ID bewijs snel in elkaar hebben zitten Photoshoppen op de iPhone.

14.
Vraag of ze even op de computer het Unlimited Gold abonnement dat mijn dochter een paar jaar lang heeft gehad kunnen checken.  Ongetwijfeld staat daar haar leeftijd vermeld. Wordt glimlachend afgewimpeld. Tsja, digitaal hè...

15.
Wind je vooral niet op. Doen zij ook niet.

16.
Vraag je geld terug aan de kassa.

17.
Ga terug naar huis en download Annabelle.


















zaterdag 11 oktober 2014

MALLE PRODUCENTEN


De vereniging van Nederlandse Filmproducenten, FPN, ziet graag dat alle exploitatierechten van films bij de producent komen te liggen en dat de producent afspraken maakt met de regisseur over in de toekomst te ontvangen winstdeling, bonussen en vergoedingen als de film succesvol is.

Dat zo’n afspraak gedoemd is te mislukken, wil de FPN niet begrijpen. Kennelijk hebben ze nog nooit gehoord van producenten die failliet gaan, naar het buitenland verdwijnen, een ander vak kiezen, overlijden of domweg de boel belazeren (komt echt voor!).

Voor films uit het verleden, waarbij een dergelijke contractuele afspraak niet is gemaakt met producenten, of waarvan de producenten inmiddels failliet of onvindbaar zijn, hoeven de kabelaars straks dus helemaal niets meer af te rekenen en krijgen de makers dus helemaal niets meer betaald!

Films als Flodder en Amsterdamned, om er maar een paar dicht bij huis te noemen, mogen worden uitgezonden zonder de proportionele vergoeding te betalen waar de makers recht op hebben.

Dat vindt de FPN kennelijk geen probleem. Tamelijk kortzichtig. Ook een beetje mal.

Bovendien heeft de producent helemaal niet alle expoitatierechten nodig. Kijk naar de BUMA; die incasseert gewoon voor componisten. De producent kan prima de film exploiteren zonder alle muziekrechten te hebben. Dus waarom zou dat bij de Vevam anders zijn? 



 

donderdag 17 april 2014

LACHEN MET PAUW EN WITTEMAN



Hoe ik bijna in het programma zat.


In 2007 werd ik gevraagd om gast te zijn bij Pauw en Witteman ter promotie van mijn film Moordwijven, die een week later in in premiere zou gaan. Ze wilden wel nog even bellen voor een voorgesprek.

Nou heb ik het zelf niet zo op voorgesprekken. Een presentator kan zich met behulp van zijn redactieleden prima voorbereiden lijkt me, en een voorgesprek haalt vaak de spontaniteit weg. Bovendien kost het allemaal veel tijd. Tijd die je niet hebt als je vlak voor een premiere zit.

Ik probeerde het voorgesprek dan ook zo lang mogelijk uit te stellen, maar de dag voor de opnamen kreeg een redacteur me toch telefonisch te pakken. Hij zat zelf in de trein en aan het lawaai te oordelen leek het me sterk dat hij me goed kon verstaan.
Na de gebruikelijke vragen als: ‘Kunt u iets over uzelf vertellen?’, ‘Welke films heeft u gemaakt?’ en ‘Hoe was het werken met de acteurs?’, was zijn afsluitende vraag: ‘Is er nog iets leuks voorgevallen tijdens de opnamen?’

Nou is die laatste vraag een van de meest gevreesde vragen bij dergelijke interviews. Natuurlijk gebeurt er heel veel leuks op een filmset, maar vaak moet je dat niet gaan herhalen, want dingen zijn vaak alleen leuk als je erbij geweest bent. Bovendien vergeet ik al die leuke gebeurtenissen. Vraag mij niet om anekdotes van tijdens het draaien.

Verder geeft de vraag blijk van desinteresse en gemakzucht van de interviewer. Als er geen vragen meer te verzinnen zijn, laten we de gast lekker anekdotes ophoesten.
Ik zei dan ook tegen de redacteur dat ik me geen leuke gebeurtenissen kon herinneren. Dat leek hij vreemd te vinden.

De volgende dag kreeg ik het bericht dat ik niet meer hoefde te komen omdat ik niet lollig genoeg was.
Ik werd die avond vervangen door een cabaretier die net zijn vrouw mishandeld had en daarover kwam vertellen.

Hij was inderdaad een stuk lolliger dan ik.


dinsdag 14 januari 2014

BLIJ MET DE CASH-REBATE?



Filmend Nederland sprong een gat in de lucht toen in het najaar de cash rebate regeling werd bekend gemaakt. 20 miljoen per jaar extra voor de Nederlandse Film. Eindelijk een ‘level playing field’, we gingen weer meetellen!

Het leek inderdaad heel mooi. Vond ik ook. Totdat ik begreep dat de cash rebate aangemerkt wordt als ‘Staatssteun’.

Volgens de Europese regels mag een film 50% staatssteun ontvangen. De andere helft moet uit de markt komen. En juist die tweede helft is altijd het probleem. Zeker bij de films met grotere budgetten.

De Belgen hebben dat beter begrepen. Met de Belgische taxshelter wordt marktgeld aangetrokken. Investeren in film wordt aantrekkelijk gemaakt door belastingvoordelen. De Belgische taxshelter geldt dus niet als overheidssteun.

Als het voor Nederlandse producenten straks niet meer mogelijk is de cash rebate regeling te combineren met de Belgische taxshelter, dan wordt het financieren van films met een budget van boven de 2 miljoen euro bijna ondoenlijk.

Aan welke voorwaarden een film moet voldoen om voor een cash rebate in aanmerking te komen, weten we pas in mei/juni.
Waarom de nieuwe regeling zoals die naar Brussel gaat, slechts mocht worden ingezien door een handjevol producenten, is niet helemaal duidelijk. Waarom mogen we niet weten welke spelregels het Filmfonds in gedachten heeft? Dan kunnen producenten zich daar vast op voorbereiden.
Geldt hier niet de Wet Openbaarheid van Bestuur? Of het uitgangspunt ‘gelijke monikken, gelijke kappen’?

Omdat de cash rebate regeling onder staatssteun valt creëert zij dus geen gelijk speelveld en pakt zij ongunstig uit voor de duurdere publieksfilm.
De regeling is vooral gunstig voor films met kleine budgetten. Daar zullen er dan ook meer van gemaakt gaan worden.
Er is weliswaar meer subsidie beschikbaar, maar het leidt op deze manier tot verschraling van het aanbod.

Of dit een bewuste beleidskeuze is van de overheid, is de vraag.